Bijna wekelijks lees ik wel een stukje in de krant waarin de ‘netmanager’ langskomt als een soort van verlicht despoot in een ivoren toren, die naar eigen inzicht en persoonlijke willekeur een goddelijk oordeel uitspreekt over een of ander programma format, plaats in het schema of een programmatisch financieel kader. De werkelijkheid ligt toch net even anders. Ja, een netmanager heeft aan het eind van alle gesprekken een slotafweging te maken, die bepalend is voor zijn net. Dat is ook zijn verantwoordelijkheid. Iemand moet daadwerkelijk persoonlijk aanspreekbaar en verantwoordelijk zijn, anders blijft het allemaal vaag en onbepaald. De netmanager draagt zorg dat zijn – of haar – net voldoet aan de gestelde uitgangspunten. Die betreffen allereerst het bereiken van een gespecificeerde groep kijkers aan de hand van een nauwkeurig omschreven profiel van het net. Dat bereiken probeer je te realiseren met een op de doelgroep(en) toegesneden programmering, waarna uit de prestaties van het net en daaruit volgend de prestaties van de afzonderlijke programma’s, blijkt of je die beoogde kijkersgroepen ook daadwerkelijk hebt bereikt en in welke mate. Dat alles in combinatie met het gegeven dat op elk publiek net wat de programma’s betreft, er een evenwichtige genremix moet zijn en dat er strakke financiële kaders gelden. Met andere woorden: een netmanager heeft een huishoudboekje waarmee hij zijn opdracht moet zien te realiseren.
Ik heb van mijn leven nog nooit zoveel overlegd, besproken, gesproken en vergaderd als nu, als netmanager. Met zoveel partijen en zoveel gestructureerde overleggen, dat er bij ons op de afdeling vier secretaresses nodig zijn om het secretariaat – en daarmee een tiental agenda’s - soepel te laten draaien. Klaartje, Inge, Jessica en Deborah hebben daar hun handen vol aan. Elke dag opnieuw. Hun werk kan niet genoeg op waarde worden geschat.
Even terug naar mijn werk. Met wie overleg ik dan wel niet allemaal? En ik beperk me tot het overleg dat directe waarde toevoegt aan de te nemen beslissingen. Om te beginnen met mijn directe collega’s. De directeur Televisie Programmering en de andere netmanagers. Maar ook met onze beleidsmedewerkers en schemacoördinatoren. Natuurlijk met de gesprekspartners bij de omroepen. Afzonderlijk en gezamenlijk. Verder zijn er overleggen met de collega’s die verantwoordelijk zijn voor financiën, marketing en promotie, personeelszaken, communicatie. Los nog van de noodzakelijke overleggen met de collega’s van andere afdelingen. Allemaal overleg om te kunnen komen tot een verantwoord beleid voor in mijn geval, een evenwichtig en effectief Nederland 2.
Het idee dat ik als netmanager in mijn eentje majeure veranderingen tot stand kan brengen is een lachertje. Nu zijn er ongetwijfeld mensen die menen dat bovenstaande tekst aantoont dat het bij de NPO wel wat minder kan. Minder mensen, minder geld, minder nodeloos vergaderen.
En dus omgekeerd evenredig, meer effectiviteit, dezelfde kwaliteit en een verhoogde efficiëntie. Niet waar dus. Televisie maken – dat geldt onverkort ook voor radio en internet – is een bijzonder gelaagde aangelegenheid.
De belangen zijn groot, de werkdruk is ongelooflijk hoog en met ons bestel, waarin ruim twintig omroepen aan de bak moeten komen, is de complexiteit enorm.
Dat vergt dus een uiterst verfijnd en vertakt systeem van samenwerken. Dat systeem valt aan een buitenstaander haast niet te verduidelijken. Zelfs in mijn beschrijving ben ik nu bij lange na niet compleet. Niet omdat het geheim is, verborgen moet blijven, maar omdat het zo ingewikkeld is en niet anders kan in ons huidige mediabestel.
De meest gestelde vraag in mijn richting van de afgelopen maanden is: ‘vind je het nog wel leuk?’
Ja, ik vind het leuk. Want uiteindelijk draait het werk van een netmanager om programma’s, om inhoud. Om kunst en cultuur, om nieuws en actualiteiten, om levensbeschouwing. Onderwerpen waar ik dagelijks van geniet en mee bezig mag zijn. Niet alleen omdat ik daar zelf een liefhebber van ben, maar ook omdat ik zie – aan de cijfers, ja; aan de analyses, maar ook aan de reacties van het publiek binnen en buiten de media – dat wat wij als publieke omroep presenteren, over de netten en de platforms heen, op waarde wordt geschat. Dat er massaal wordt gekeken, geluisterd, gebruikt, gediscussieerd en gereageerd. Al mijn overleg is de moeite waard, wanneer blijkt dat al die mooie en belangrijke programma’s een breed publiek weten te vinden. En dat blijkt bij de publieke omroep. Elke dag opnieuw. Van dat proces een cruciaal onderdeel te zijn, daar iets vanuit mijzelf aan toe te mogen voegen, is leuk. Echt waar. Dat is een opvatting waarover ik in elk geval met niemand in overleg hoef.