overig

Landelijk-regionale samenwerking: Pleidooi voor ombouwen Nederland 3 tot gezamenlijk publiek nieuwskanaal

De kijk- en luistercijfers van de dertien regionale publieke omroepen staan onder druk en de financiering is eigenlijk niet toereikend voor het brede takenpakket. Tijd om samenwerking te zoeken, bleek op de eerste dag van de ROOS Dagen 2010 in Ermelo.

 

In zijn openingswoord ging ROOS-directeur Gerard Schuiteman in op de toestand van de regionale zenders. Die is niet niet bepaald zorgeloos te noemen, nu de budgetten en de kwaliteit onder druk staan. Uit Den Haag is weinig te verwachten, vond Schuiteman, zeker als de komende verkiezingen gunstig uitpakken voor partijen die weinig met publieke omroepen op hebben. Volgens de ROOS-directeur wordt het daarom tijd de scheidslijnen tussen de regionale en de landelijke publieke omroepen te overschrijden. Een gezamenlijk netwerk kan krachtiger zijn, vond hij. Er wordt dan ook over samenwerking overlegd, een eerste proeve ervan was het gezamenlijke project Daar houd ik u aan rond de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen, dat honderden interviews opleverde met plaatselijke politici. Nieuwe plannen voor een landelijk en regionaal project zijn inmiddels in de maak.

 

Kranten

Samenwerking was ook een belangrijk thema in de discussie onder leiding van Felix Meurders tussen de zaal en vier regionale omroeptopmannen: Marcel Oude Wesselink (RTV Oost), Paul van der Lugt (RTV Utrecht), Henk Lemckert (Omroep Brabant) en Eric Wehrmeijer (RTV Rijnmond). Een groot aantal regionale zenders is bezig met samenwerkingsvormen met regionale dagbladen, of denkt daarover na. Zoals Omroep Brabant, dat bij monde van Lemckert aankondigde te praten met drie Wegener-kranten. Enigszins noodgedwongen, want op termijn zal het moeilijk zijn om alles in je eentje te blijven doen, aldus Lemckert. Deze zomer moet duidelijk zijn of er inderdaad iets van de grond zal komen.

Oude Wesselink heeft bij Oost al de nodige ervaring opgedaan in de samenwerking met De Twentsche Courant Tubantia. Dat bevalt goed, vooral als het gaat om naar elkaar te verwijzen en aan promotie te doen. Maar Oude Wesselink voegde eraan toe dat hij omroep en krant journalistiek gezien niet op een hoop zou willen gooien. Hij wil liever een eigen koers kunnen blijven varen.

In onder meer Utrecht en Rijnmond gebeurt dat vanzelf, want krantenman Christian van Thillo heeft duidelijk laten weten dat hij niet voor samenwerking met de regionale omroepen voelt. Wehrmeijer zou het wel willen, al ziet hij de krant niet als redmiddel voor de omroep. Hij zoekt dat eerder binnen het publieke omroepbestel zelf, dat hem betere garanties biedt op onafhankelijkheid en kwaliteit.

 

Nederland 3

Maar aan samenwerking tussen omroepen onderling blijken ook nogal wat haken en ogen te zitten. Zelfs op regionaal niveau, memoreerde Lemckert, die erop wees dat het toch vaak dertien kikkers in een kruiwagen zijn. Het lijkt voor de hand te liggen om bijvoorbeeld faciliteiten te delen, maar volgens Oude Wesselink heeft ervaring in het verleden uitgewezen dat daar nadelen aan kleven.

In de discussie kwam opnieuw de vraag aan de orde die ROOS-directeur Schuiteman al had opgeworpen: moeten regionale en landelijke omroepen niet meer samen doen? Johnbert Dijker (Omroep Flevoland) opperde vanuit de zaal de mogelijkheid om een gezamenlijk tv-kanaal maken met een raam voor regionaal nieuws, omlijst door andere programmering, zoals live televisie en evenementen. Dan kan de carrousel worden geschrapt. Hoewel onder andere Oude Wesselink de carrousel wil handhaven omdat er voorlopig nog publiek voor is, vond het idee van Dijker duidelijk weerklank. Lemckert stelde voor om Nederland 3 in de huidige vorm op te heffen en er een gecombineerd landelijk-regionaal nieuwskanaal van te maken. ‘Dan laat je meteen de politiek zien dat je niet altijd alleen maar om extra geld vraagt’, vond hij. Van der Lugt merkte met gevoel voor ironie op dat het een mooi idee was als ROOS op de landelijke omroep wil bezuinigen. Maar voegde eraan toe, dat veel regionale programma’s wel degelijk in aanmerking komen voor landelijke uitzending.

 

Kritiek

Dat nam niet weg dat er ook kritiek viel te horen op de eigen programmering. Veel journalistiek knip-en-plak-werk, te weinig geld om alle taken naar behoren uit te voeren, en te weinig middelen voor bijvoorbeeld onderzoeksjournalistiek waren enkele van de opmerkingen die voorbij kwamen. Oude Wesselink vond dat de regionale zenders niet dicht genoeg bij de mensen zitten. ‘We maken veel verantwoorde programma’s, maar we zijn op afstand van het publiek komen te staan’, was zijn oordeel. ‘We raken de ziel van de samenleving niet.’

Dat kwam hem te staan op kritische vragen uit de zaal, over wat dan verantwoorde programma’s zijn en of je die niet zou moeten maken. ‘Wij hebben genoeg kennis van de streek’, stelde Lemckert over zijn eigen omroep vast. Van der Lugt constateerde dat gebrek aan middelen betekent dat je je moet concentreren op je kerntaak: het verslaan van wat er gebeurt in de regio, 24 uur per dag. Het platform waarop je dat doet, is van minder belang.

 

Internet

Nieuwe media kwamen in workshops ruim aan bod. Zo demonstreerde Omroep Flevoland de toepassing van Net TV van Philips. Niet zozeer bedoeld als internet via de televisie, al kun je er gewoon mee surfen op internet, maar eerder als televisie via internet. De site van Flevoland is dan ook zeer gericht op videomateriaal, dat on demand kan worden bekeken. Andere nieuwigheden werden na de lunchpauze gepresenteerd. Nieuwe media waren ook het onderwerp van een workshop van Alex Beishuizen (ex-hoofdredacteur van Computable). Omroepen, kranten en tijdschriften, de oude media kortom, zullen om te overleven moeten overstappen naar internet, was zijn stelling.

Confronterend was de workshop van media onderzoeker Charles Vaneker, die omroepmedewerkers naar uitzendingen van collega’s liet kijken en luisteren. Met behulp van zijn onderzoeksmethode konden de panelleden onder meer bijhouden of ze de items interessant vonden of niet. Vaneker vergeleek de uitkomst vervolgens met het oordeel van willekeurige kijkers en luisteraars, en maakte verschillen zichtbaar tussen de beleving van makers en publiek.

 

PVV

Een bijzondere discussie vond plaats onder leiding van Dink Binnendijk (RTV Noord-Holland) over de manier waarop journalisten de PVV van Geert Wilders benaderen. Ron Fresen van de NOS brak een lans voor een nuchtere, neutrale werkwijze. Maar zo gaat het lang niet altijd in de praktijk, wierp Binnendijk tegen. Omroep West bleek intussen vrij veel ervaring te hebben opgedaan met de PVV-voorman tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag, Sietse Fritsma. Die was gewoon toegankelijk en nam aan debatten deel, zonder voorwaarden vooraf. Geen probleem dus, al was de partij inhoudelijk wel erg beperkt: er werd vooral gehamerd op Marokkanen en hoofddoekjes. In Limburg had L1 slechtere ervaringen met de PVV opgedaan rond de verkiezingen voor het Europees Parlement: de partij weigerde botweg elke medewerking. Binnendijk pleitte er nog eens voor om niet overdreven voorzichtig of extra kritisch met Wilders en de zijnen om te gaan.

 

NL-Awards

Aan het einde van de middag was er ten slotte de uitreiking van de NL-Awards. De belangrijkste prijs, de Gouden NL-Award ging naar Halte van RTV Rijnmond (zie achterzijde). De prijs werd uitgereikt door CDA Tweede Kamerlid Joop Atsma. Ook hij hield een pleidooi voor samenwerking tussen de landelijke en regionale publieke omroepen. Atsma stelde onder meer voor om dat gestalte te geven door een deel van het programmaversterkingsbudget van de NPO te besteden aan regionale producties, die dan ook op een landelijk net kunnen worden uitgezonden. Verder vond hij dat de regionale omroepen gespaard moeten worden in de komende bezuinigingsronde van de overheid. Ze zouden meer financiële armslag moeten krijgen, vond Atsma, al kan het daarbij helpen als er wel efficiënter wordt gewerkt.

Bas Nieuwenhuijsen