Vanaf aanstaande maandag is Joris Luyendijk één van de vaste presentatoren van het NOS radioprogramma Met Het Oog Op Morgen. ‘Het programma is groter dan zijn presentatoren.’
Luyendijk kent Het Oog goed, hij valt al sinds enkele jaren af en toe in als presentator. Nu krijgt hij een ‘eigen’, vaste dag, de maandag. ‘Ik heb, geloof ik, tot nu pas één keer gepresenteerd op de maandag, dus ik weet nog niet zo goed wat de nieuwsagenda dan is. Maar kijkend naar dinsdag heb je volgens mij vrij weinig politiek nieuws. Aan de ene kant misschien wel jammer, maar ik heb eigenlijk geen echte voorkeur voor bepaalde nieuwsonderwerpen. Buitenlands nieuws ligt mij wat meer. Ach, als het maar niet te veel sport is. Sport is al zo dominant. Als je het net hebt gehad over een zware aardbeving of de ineenstorting van de financiële markten, dan kan ik niet net zo ernstig gaan doen over sport. Dat is op dat moment totaal onbelangrijk.’
Ruimte
Luyendijk is bekend geworden als correspondent in het Midden-Oosten, schrijver van drie boeken, en presentator van onder meer Zomergasten. Tegenwoordig is hij vooral actief als freelance journalist en schrijft hij onder meer een column in NRC Handelsblad. Een vaste plek bij Het Oog vindt hij mede daarom wel prettig. ‘Eén keer per week ben ik op de redactie, dat is een anker voor mij in een verder zwervend bestaan als freelancer. Ik vind het erg leuk om vast bij Het Oog te zijn, juist ook vanwege het contact met de redactie. Allemaal goede, interessante mensen. Het is voor mij een toetssteen.’
Het programma zelf is ook een reden waarom Luyendijk graag een plek in de groep van vaste presentatoren heeft. ‘Net als Zomergasten is Het Oog groter dan zijn presentatoren. Het heeft een geweldige formule, wordt heel goed beluisterd, en elke gast komt er naartoe.’
Hij is zeker niet bang dat de historie en reputatie van het programma knellend zullen werken. ‘Doordat Het Oog niet om één presentator is gebouwd, heb ik veel ruimte. Pauw & Witteman bestaat dankzij de presentatoren. Als één van hen een slechte dag heeft, heb je een slecht programma. Bij Het Oog is dat niet zo. Bovendien, als antropoloog houd ik van tradities. Ze geven een illusie van continuïteit. Ik ben niet van het slag programmamakers dat vindt dat alles na tien jaar kapot moet. Het programma heeft zich door de tijd heen bewezen, het raakt iets essentieels. Het is een bepaalde houding ten opzichte van het nieuws, meer bezonken, maar niet ingeslapen. Je hoeft de gesprekken niet af te raffelen, je kunt de ruimte nemen om zelf na te denken en de luisteraars zijn ook bereid, in staat en gewend om na te denken. Je hoeft als presentator niet op je knieën, maar je kunt juist dieper op zaken ingaan, er een draai aan geven waardoor je het verhaal ineens heel anders ziet.’
Context
Gebeurtenissen in een context plaatsen, is voor Luyendijk een belangrijk aspect van de journalistiek, net als duidelijk zijn over wat je als verslaggever zelf hebt gezien en wat je van horen zeggen hebt. ‘Ik houd van gesprekken met correspondenten die afwijken van het gangbare. Een mooi voorbeeld vond ik onlangs Ron Linker, die in Haïti was aangekomen. Hij vertelde dat hij er nog maar net was, dat hij op CNN zag dat het in Haïti een chaos was, maar dat hij dat zelf nog niet had gemerkt. Dat is belangrijk omdat je daarmee aangeeft wat het beeld is dat mensen via CNN of een andere zender krijgen, en tegelijkertijd duidelijk maakt dat je zelf iets anders ziet. Dat is geen debunking van de journalistiek, maar een constructieve agenda. Want het leidt ertoe dat we ons werk beter doen.’
Bas Nieuwenhuijsen