Columns

Römer: Puzzelen

Ik ben gek op spelletjes. Hartenjagen, mens-erger-je-niet, bridge, hoedje wip, vlooienspel, sjoelen, risk, triviant, scrabble en dan vergeet ik er nog een stel voor het gemak. Mijn moeder is de aanstichter van dit genot. Al haar kinderen leerde ze al jong spelen. En om geld. Er moest een inzet zijn, hoe weinig ook, anders vond ze het niks. Mijn kwartje zakgeld moest ik inzetten om mee te mogen spelen en weg was weg. Zoals mijn moeder zei: spelersschuld is ereschuld. Blijvend neven-effect is wel dat ik niet meer kan spelen om het spel alleen en het plezier. Ik speel om te winnen. Altijd. Zelfs zo erg dat ik ooit ruzie kreeg met mijn wederhelft, nadat ik meedogenloos was geweest tijdens het vlooienspel met mijn kinderen. Een periode waarin ik veel spelletjes glansrijk won. In mijn opinie werden ze daar hard van en dus weerbaarder. Daar dacht mijn vrouw anders over. En zij had er voor gestudeerd. Als ik het niet kon opbrengen om de kinderen af en toe – opvoedkundig - te laten winnen, dan zou ze mij het spelen onmogelijk maken. Dat ging mij ook weer wat ver, dus met veel frisse tegenzin af en toe een spelletje verloren. Dat was niet eenvoudig - opvoedkundig of niet -  maar gelukkig kon ik toen al beter tegen mijn verlies. Dat was ooit ook totaal anders, maar dat is een ander verhaal. Bovendien vindt mijn vrouw dat ik nog steeds heel slecht tegen mijn verlies kan. Waar haalt ze het vandaan? Waar ik nooit echt van heb gehouden zijn puzzels. Of te makkelijk, of te moeilijk, of berustend op een technische oplossing die op een papiertje staat – waarom zou ik dan de moeite nemen om mijn hersens te pijnigen? Gewoon de handleiding volgen en klaar is Kees. Bovendien ben ik ooit eens tegen een echt grote puzzel aangelopen- zo een met duizenden stukjes – die op een haar na gelegd was. Dat bederft je plezier ook voor lange tijd. Kruiswoordpuzzels hielpen mij niet van mijn energie af en de cryptogram oplossen werd na verloop van tijd ook eenvoudiger, omdat je de taalkronkels van de maker steeds beter begreep. Als netmanager zit ik tot over mijn oren in complexe schema’s. Genreschema’s en titelschema’s. Tot mijn vreugde vind ik deze puzzels echter spannend en leuk. Dat komt natuurlijk vooral omdat de inzet niet vrijblijvend is. Het is geen spel, het is realiteit. De belangen zijn hoog en de moeilijkheidsgraad met een beperkt aantal uren, gelimiteerd budget en meer dan twintig omroepen die allemaal staan te trappelen en te dringen om mooie programma’s op net 2 geplaatst te krijgen, is ongekend.

En het gaat niet alleen om programma’s van de omroepen. Uiteraard wil ik als netmanager graag een Nederland 2 dat met recht het meest verrijkende net van de publieke omroep genoemd kan worden. Ik moet dus uit het totale programma aanbod zodanig de juiste keuzes maken, dat mijn opdracht en verantwoordelijkheid ten aanzien van Nederland 2 tot zijn recht komt. En daar wordt het lastig. Hoe goed ik mijn keuzes ook maak, ik moet altijd iemand teleurstellen. Niemand biedt een programma aan waarvan hij denkt: Mwah, wel of niet op scherm, het zal mij worst zijn.

Elk programma heeft voor de aanbieders een inhoudelijke reden, een emotionele reden. Daar is uitputtend over nagedacht. Er is tijd, geld en creativiteit ingestoken. Als je voorstel het dan niet redt, is dat zuur.

Dat mag ik nooit vergeten. Maar iedereen tevreden stellen kan ik ook niet. Toch is mijn werk uitermate bevredigend, want ik mag prachtige programma’s mogelijk maken. En het idee dat miljoenen mensen naar die programma’s kijken en daar plezier en betekenis aan ontlenen, geeft mij een fijn gevoel. Maar maakt ook dat ik mij bijzonder verantwoordelijk voel voor wat ik doe. De andere kant is dus, dat ik bijna dagelijks mensen teleurstel. Die twee uitersten zijn binnen mijn baantje onlosmakelijk met elkaar verbonden. Moeten teleurstellen is nooit leuk, maar het hoort er wel bij. Ik doe het, het valt me ook niet bijzonder zwaar, want ik kan het doorgaans goed motiveren, maar leuk is het niet. Ondanks het feit dat ik me geen dag winnaar of verliezer voel, ook een unicum in mijn bestaan, blijft het een fascinerende puzzel. En wat 2011 betreft: we liggen op schema.