Het feit dat nu net die ochtend zijn mobiele wekkertje het had begeven, en hij dus zonder ontbijt of koffie voor zijn gehoor stond, weerhield Nick Davies er niet van twee uur loos te gaan tijdens de key-note-speach die hij onlangs voor NPOX hield.
Want loos ging hij, in een bombardement van omineuze feiten en feitjes over ons mooie vak.
Niet alles was nieuw: het verhaal over de baby’s die door Saddams soldaten tijdens de eerste golfoorlog uit Koeweitse couveuses geroofd zouden zijn, en dat bedacht bleek door de Amerikaanse pr-firma Hill & Knowlton, is inmiddels klassiek.
Maar gerangschikt door Davies, ondergebracht in zijn analyse en aangevuld met de gegevens die hij zelf heeft verzameld, was het beeld toch angstaanjagend.
Om maar eens iets te noemen: toen hij een team van wetenschappers liet uitzoeken hoe vaak de centrale mededeling in een steekproef van krantenartikelen ook daadwerkelijk gecheckt was, kwamen ze niet verder dan twaalf procent.
Het zijn van die weetjes die zich nestelen. Luister maar eens een dagje naar Radio 1 en stel je bij iedere feitelijke mededeling dezelfde vragen: zouden ze dat gecheckt hebben? Kunnen ze dit zeker weten? Van wie hebben ze die informatie?
Er gaat een wereld voor je open
En dat is geen vrolijke wereld. In de grote schets van Davies: onder druk van de commercie zijn redacties inmiddels zo ver uitgekleed dat een journalist tegenwoordig het werk moet doen dat een paar jaar geleden nog door drie mensen werd gedaan, terwijl het aantal voorlichters, spin-dokters en pr-lui geëxplodeerd is. En omdat dit ook geldt voor onze grote leveranciers, de persbureaus, ontstaat er een zichzelf versterkende stroom van onzin, halve waarheden en hele leugens die wereldwijd voor zoete koek geslikt wordt.
Tel daarbij op een door diezelfde commerciële overwegingen ingegeven druk om vooral de lezers, kijkers en luisteraars te behagen – de vermaledijde ‘vraaggestuurde journalistiek’ – en er ontstaat een warboel die deerniswekkend weinig meer te maken heeft met waartoe wij op aarde zijn: vertellen wat de feiten zijn, over zaken waarvan wij vinden dat ze belangrijk zijn.
Zonder ons af te vragen of de mensen het wel willen weten.
En alles met de grootst mogelijke zorgvuldigheid.
Dat, beet Davies ons toe, is het enige waar wij ons mee bezig dienen te houden.
Het klonk even idealistisch als boud en onwerkbaar. Want al zouden we dat vinden, we werken allemaal in een omgeving waar de spanning tussen dat hooggestemde ideaal en de barre werkelijkheid dagelijks voelbaar is. We hebben allemaal te maken met bazen die afgerekend worden op kijk- en luistercijfers. Sterker nog: we hebben inmiddels allemaal een klein baasje in ons hoofd dat ook naar die cijfers kijkt.
Over die modderige realiteit zei Davies dat er maar één ding op zit: altijd tegen die druk in gaan. Altijd blijven benadrukken waar het om gaat. Altijd tegen je baas aan blijven hangen uit naam van de Zuivere Journalistiek. En dan maar hopen dat je ergens uitkomt waar mee te leven valt.
Het zou een wat magere en sombere conclusie zijn geweest als Ruurd Bierman, binnen de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor de portefeuilles Televisie, Radio en Nieuwe Media, tot slot niet een bemoedigend woord had gesproken. Hij liet weten dat het boek van Davies uitgangspunt is bij de discussies die de Raad organiseert met de eindredacteuren van nieuwsrubrieken.
Kijk, als er van de andere kant ook tegen de baas aangehangen wordt, komen we misschien ergens. Zeker als die baas ook nog 4 miljoen euro extra uittrekt voor onderzoeksjournalistiek.
Maar één ding begrijp ik nu nog minder: wanneer ook de Raad van Bestuur begrijpt dat we in de nieuwsvoorziening meer moeten doen met minder mensen, in een omgeving die al jaren steeds feit-vijandiger wordt, waarom gaat de publieke omroep dan uitgerekend nú die schaarse journalistieke kwaliteit van Hilversum verstrooien over een paar afgestofte actualiteitenrubrieken van veertig jaar geleden?
Waarom voor 4 miljoen het paard eerst áchter de wagen gezet? Uitgegeven aan programma’s die uitgerekend nu de grens tussen feit en mening weer eens lekker gaan uitgummen. Waarom in deze tijd van pr-lui en spin-dokters zelf ook maar weer de socialistische, de katholieke of de evangelische bril opgezet?
Misschien moeten we daar toch nog eens wat harder tegenin gaan hangen.