achtergrond

Nieuwe gidsen in veranderende mediawereld

Nu het mediagebruik verandert en consumenten steeds vaker producenten worden, moeten de makers van mediaproducten de bakens verzetten. Maar wat moeten de makers van morgen allemaal in huis hebben? Bij de Saxion Hogescholen start in september in Enschede een nieuwe opleiding Media, Informatie en Communicatie (MIC). ‘Onze studenten worden de TomToms voor de mediagebruikers.’

 

Directeur Jan Wolters van de Academie Toegepaste Kunst en Techniek van Saxion, waar de opleiding MIC onder valt, benadrukt dat Amsterdam Enschede is voorgegaan. ‘De opleiding is ontwikkeld in overleg met de collega’s in Amsterdam.’ Ook op een andere manier is de nieuwe opleiding niet uit de lucht komen vallen, zegt de coördinator van MIC, Benno Grootelaar. ‘We hebben al veel ervaring opgedaan met de opleiding Cross Media Concepting’, de voorloper van het nieuwe studieprogramma.

Wolters en Grootelaar laten er geen misverstand over bestaan: MIC is geen journalistieke opleiding, al zijn er wel raakvlakken. Verwijten dat de arbeidsmarkt overspoeld dreigt te worden, raken Wolters niet. ‘Werkgevers kiezen toch wie ze het beste vinden, dat heeft de directeur van de faculteit communicatie en journalistiek van de Hogeschool Utrecht terecht gezegd. Wij hanteren overigens een numerus fixus, we beginnen met maximaal honderd studenten. Niet omdat de arbeidsmarkt slecht zou zijn, maar omdat we niet meteen grote aantallen studenten aankunnen. Uiteindelijk wil ik dat de opleiding groeit naar zo’n duizend studenten, verdeeld over de vier leerjaren.’

Ze zijn ervan overtuigd dat hun afgestudeerden straks goede kans op werk hebben. ‘Er is zeker behoefte aan deze mensen’, meent Grootelaar. ‘Dat verzinnen we zelf niet, daar is onderzoek naar gedaan en we merken dat ook in contacten met het werkveld. De rol van communicatie is dominant geworden in de samenleving, en groeit nog steeds. Maar het moet wel effectiever en betrouwbaarder. Het gedrag van de gebruikers verandert, we moeten nieuwe manieren vinden om verhalen te vertellen. De dramaturgie van de film kennen we, maar in de nieuwe media zijn we de controle kwijt. We moeten, zoals een Belgische collega zei, op zoek naar de dramaturgie van internet. Onze afgestudeerden zijn straks gidsen in de mediawereld, de Tomtoms voor de mediagebruikers.’

 

Breed

Het curriculum van de nieuwe opleiding kent een aantal leerlijnen: marketing/economie, de kunst van het verhalen vertellen, menswetenschappen en het ‘gereedschap’, de techniek dus. Maar op dat laatste ligt niet speciaal de nadruk. Grootelaar: ‘Ze leren bijvoorbeeld omgaan met apparatuur en software, denk aan een basiscursus Photoshop en dergelijke.’ Voor wie echt in de techniek wil duiken, zijn er andere opleidingen.

Een breed palet aan vakken is noodzakelijk volgens Grootelaar. ‘Menswetenschappen hebben ze nodig voor de context. Vormgeving is belangrijk, net als montage. En de kunst van het verhalen vertellen natuurlijk. Door de toename van het uitgesteld kijken weet je niet meer van tevoren wanneer mensen jouw product zien, terwijl de beleving van bijvoorbeeld het NOS Journaal in de ochtend anders is dan in de avond. Je moet je boodschap dus adaptief maken.’  Marketing en economie zijn eveneens centrale vakken in de opleiding, want er moet wel geld worden verdiend. Grootelaar: ‘De mediawereld verandert zo snel, het pad van de gebruikers is onvoorspelbaar geworden. Vroeger was dat anders en kon je dus een billboard langs dat pad zetten. Maar tegenwoordig kun je de adverteerders geen zekerheid meer bieden.’ Denken in doelgroepen hoort er dus bij, evenals inzicht in de methode en praktijk van wetenschappelijk onderzoek.

 

Echt

Zeer belangrijk vinden ze dat de studenten op een realistische manier aan de slag gaan. De opleiding beschikt daarom over moderne faciliteiten, waaronder een complete tv-studio en editsuites, en de redactieruimte van de toekomst, een contentroom, waarin individueel en gezamenlijk aan projecten kan worden gewerkt met behulp van de nieuwste beeldschermen en computertechnologie. ‘Studenten werken bijvoorbeeld mee aan echte uitzendingen’, vertelt Wolters. ‘Met een bedrijfsmatige aanpak, de opdrachtgevers rekenen gewoon af.’ Juist die realistische setting is essentieel, vult Grootelaar aan. ‘Je ziet ze voor een opname de zenuwen hebben of met rode hoofden uit de montage komen. Dat zijn belangrijke ervaringen. Onze docenten zijn bovendien nauw met het werkveld verbonden. Sommige door hun verleden, anderen doordat ze nog steeds parttime bij een mediabedrijf werken. Daarnaast kijkt de  werkveldcommissie mee naar het curriculum. Sluit dat op bepaalde punten niet goed aan bij de praktijk, dan veranderen we het.’

 

Grootelaar erkent ruiterlijk dat de nieuwe mediagidsen die hij opleidt kunnen uitgroeien tot gewiekste spindoctors. ‘Maar ze kunnen net zo goed hun tegenstrevers worden’, stelt hij er tegenover. ‘Ik maak me oprecht zorgen over de journalistiek in Nederland, ik hoop dat we er hiermee een bijdrage aan kunnen leveren.’

Wolters beaamt dat. ‘Deze ontwikkeling kan een kans zijn voor de journalistiek. Er zal behoefte blijven aan duiding en analyse, hoogwaardige producties, waarvoor de specifiek journalistieke opleidingen bestaan. Dat zijn wij niet, wij leiden mensen op die straks de journalistieke verhalen zo goed mogelijk op de meest geschikte platforms kunnen brengen.’

 

Bas Nieuwenhuijsen