Toch weer even wat anders dan andere evenementen. Voor drie omroepmedewerkers zijn de Olympische Winterspelen in Vancouver (nu al) het absolute hoogtepunt van 2010. Studio Sport-presentator Henry Schut paste al vooraf zijn dag en nachtritme aan. Zijn collega Jeroen Stomphorst verheugt zich op 'onverwachte gebeurtenissen'. Intussen zorgt voormalig directeur VARA-uitgeverij Hans Wilbrink nauwgezet voor nieuwtjes uit de schaatswereld. Dat doet hij trouwens al jaren.
De eerste week is alweer bijna achter de rug. Olympische records zijn gesneuveld, goud gedolven. En voor presentatoren zoals Henry Schut is het leven onder (prettige) hoogspanning. 'Een week voordat ik begon heb ik een gewijzigd slaapritme ingesteld’, zegt Schut. Om alvast te wennen aan de Canadese tijd nam hij voor twaalf uur 's middags de telefoon al niet meer op, stond laat op en ging pas heel laat weer naar bed. Inmiddels, na een week waarin zijn werkdagen begonnen om elf uur 's avonds (Nederlandse tijd) staat zijn dag- en nachtritme helemaal op de kop.
'Het maakt natuurlijk wel uit of de sport echt boeiend is’, stelt Schut nuchter vast. 'Dat heb ik ook wel gemerkt bij vorige toernooien. Als een Nederlander een gouden medaille wint, krijg je zo'n boost, dan ben je zo een halve dag verder.' Zijn collega Jeroen Stomphorst verheugt zich niet alleen op de medailles maar ook op onverwachte gebeurtenissen: 'Bij de Olympische Winterspelen in Turijn, ik werkte hier toen net een half jaar, had je een Italiaans stel dat in de finale ijsdansen stond. 'n Een heel verhaal. Ze waren al gestopt, maar wilden in hun eigen Italië nog een keer op het hoogste niveau presteren. Zo'n vrouw vol pit; hij zo'n mannetje - precies zoals je Italianen voorstelt. Het ging eigenlijk hartstikke goed - ze deden het prima in die finale. Tot vlak voor tijd. Ze waren eigenlijk al aan het uitrijden. Op dat moment laat hij haar uit zijn handen glippen... Dat beeld! Hoe zij naar hem keek. Woest werkelijk. En hij met zo'n blik van sorry. Dat beeld, dat moment. Daar zat echt alles in. Ze zijn uiteindelijk zesde of zevende geworden.'
Theo Koomen
Hans Wilbrink is meer van het 'gewone' schaatsnieuws. Maar dan ook van alle schaatsnieuws. 'Ik ben daarmee begonnen, toen ik in de jaren zestig meeliep met Frans Ensink - de vermaarde schaatsverslaggever van de Volkskrant. Ik verzamelde vooral zoveel mogelijk schaatstijden. Veel meer aan achtergrondinformatie had je niet. En zelfs die tijden, dat was al een hell of a job om daar achter te komen’, herinnert hij zich. De meeste lol had Wilbrink in die tijd - net als al die andere schaatsliefhebbers - met het invullen van ronde- en eindtijden in de schema's die kranten destijds afdrukten. 'Op je knieën voor de tv. Vooral het handmatig terugrekenen van de 1500 meter-tijden naar de 500 meter om klassementstanden vast te stellen was een 'aparte sport'. En dan hopen dat je de einduitslag sneller kon voorspellen dan Theo Koomen.'
Wilbrink is informatie over schaatsen blijven verzamelen. En nu, gepensioneerd en wel, houdt hij nog steeds het schaatsnieuws bij. 'Cijfers doe ik niet meer. Wat ik wel doe is het verzamelen van berichten. Vele honderden. Dat gaat maar door. Voor journalisten is dat heel erg handig. Hoeven ze het zelf niet meer op te zoeken’, aldus de verzamelaar, die spreekt over 'een uit de hand gelopen hobby'. Wel een hobby die opvalt, trouwens. 'Vorig jaar maart ben ik even gestopt. Dat heeft heel wat reuring gebracht. Heel veel reacties. Toen ben ik maar weer begonnen.'
Channel 9
Wilbrinks monnikenwerk leidt er niet alleen toe dat journalisten precies weten waar ze het over hebben. 'Ik heb voormalig schaatster Carla Zijlstra ook een beetje geholpen bij het solliciteren. Zij woont nu in Australië en was in de race om als expert naar de Olympische Spelen te gaan. Als test moest ze vier schaatsraces van de Olympische Spelen 2006 verslaan. Ik heb haar alle details over die wedstrijden gegeven en - of dat aan mij ligt weet ik niet - ze is geselecteerd om te gaan.' Afgelopen week maakte Zijkstra dan ook haar televisie-debuut downunder. Zelfs op de Nederlandse tv was ze even op de perstribune zichtbaar.
Terug naar de mannen in Nederland. Drie mannen, drie meningen. Maar ook één overeenkomst. Ondanks hun ongekende voorliefde voor sport en dan vooral voor de Olympische Spelen, 'het absolute hoogtepunt, daar doe je het vier jaar lang voor', vinden ze het prima om de wedstrijden hier in Nederland te volgen. 'Op televisie kan ik het veel gemakkelijker volgen’, zegt Wilbrink. 'Je kunt het hier net zo goed volgen. Misschien wel beter’, stelt Henry Schut, 'als je daar bent en bijvoorbeeld het skiën volgt, weet je niet eens wat er bij het schaatsen gebeurt.'
Jeroen Stomphorst beaamt dat. 'Weet je, vroeger keek ik ook alles. Nu mag ik hier werken. Voor ons van Studio Sport en Langs de Lijn is dat net zo goed als voor de sporters een hoogtepunt’, zo zegt hij. Het bespaart hem bovendien de heftige emoties als het 'ns niet mee zit. Zoals bij de spelen in het Noorse Lillehammer (1994). 'Normaal wonnen de Nederlanders altijd alles bij het schaatsen. Toen had je in een keer Johann-Olav Koss. Drie keer! Hoe de speaker elke keer die naam galmde als-ie weer op het podium stond: Johann... Olav... Koss... Met zoveel nadruk. Ik werd er niet goed van!'
Jeroen Dirks