overig

De ‘witte’ norm in technologie

December 2009. Hewlett Packard introduceert een nieuwe laptop met face recognition and tracking. Een gebruiker met een donkere huidskleur publiceert op YouTube zijn ervaringen met de nieuwe technologie. De detector blijkt niet te werken bij een donkere huid! De man kan naar voren en naar achter, naar links en naar rechts bewegen. Zonder resultaat. Als zijn blanke collega achter de computer plaatsneemt, doet de camera zijn werk en volgt het gezicht. Discriminatie? Racisme? Welnee, meent professor Lorna Roth in de lezing die ze gaf ter gelegenheid van 25 jaar MTNL. Ze noemt het technological unconsciousness, het fenomeen dat producenten vaak onbewust de witte huid als norm nemen.

 

Roth’ fascinatie voor kleurbalans in camera- en filmtechnologie werd getriggerd in een gesprek met een vriend. Deze vertelde dat hij in de jaren zeventig een Kodak fotolaborarium had gekocht en Kodakfilms was gaan printen. Toen hij moeite had om donkere huidskleuren goed af te drukken, vroeg hij Kodak hulp bij het kalibreren van zijn printer voor dit doel. Het bleek dat Kodak hierover geen documentatie had. Ze konden hem alleen vertellen hoe hij lichte huidskleuren zo goed mogelijk kon reproduceren. Roth vroeg zich af wat hiervan de achtergrond was en deed een onderzoek naar de onbewuste keuze van fabrikanten voor de witte huidskleur.

 

Standdaardkleur

Panty’s, poppen, pleisters, protheses. Producenten kiezen voor wit of roze als standaardkleur en lijken daarmee niets kwaads in zin. Roth volgde de bewustwording van fabrikanten in de afgelopen decennia en was getuige van de komst van de zwarte poppen, donkere pleisters en zelfs hoe de potloodkleur huidskleur werd omgedoopt in perzik. Haar bijzondere belangstelling had de foto- en filmindustrie. ‘In de jaren vijftig kwamen de eerste klachten over de weergave van mensen met een donkerdere huidskleur. Zwarte ouders hadden gemerkt dat de gezichten van hun kinderen op een schoolfoto nauwelijks tekening hadden in vergelijking tot hun witte klasgenootjes. Fotolaboratoria hadden moeite met het afdrukken van een donkere huidskleur en startten met experimenteren met afdrukmethodes en belichting.’

Volgens Roth had dit technologische probleem een sociologische grondslag. ‘De films die toen gebruikt werden, waren minder gevoelig voor bruinnuances. De chemische samenstelling was dus niet toereikend. Maar de basis daaronder was het feit dat de films door hoofdzakelijk mannelijke en blanke technici waren gemaakt. Het leek alsof ze onbewust de kleurbalans van hun producten hadden afgestemd op de lichte huidskleur. Bewijs was de kleurbalanskaart die in die tijd werd meegeleverd voor de optimale camera-instelling. Dit was de zogenaamde Shirley-kaart, genoemd naar de blanke vrouw in felgekleurde jurk die op de kaart was afgebeeld.’ Dezelfde technische disbalans bleek ook bij filmcamera’s te bestaan. ‘Daar waar een donker- en lichtgekleurd persoon samen in beeld kwamen, kwam de donkerkleurige minder goed uit de verf. Er is een anekdote over de cameravoering bij de zwarte presentatrice Whoopy Goldberg. Haar huidskleur was zo donker dat er twee camera’s nodig waren om haar en haar gasten goed in beeld te krijgen.’

 

Chocola

In de jaren zeventig begonnen producenten hun techniek aan te passen. Kodak paste de chemische samenstelling van de films drastisch aan nadat een chocoladeproducent en een meubelfabrikant hadden geklaagd dat hun producten niet goed tot uiting kwamen. Ook kwam er oog voor andere huidskleuren, zoals de Aziatische en de donkere. De witte Shirley-kaart maakt langzaam plaats voor een kaart met mensen met een Aziatische, donkere of witte huidskleur of een combinatie daarvan. En nota bene in Nederland werd een camera ontworpen door Philips/Thomson die tegelijkertijd op witte en donkerdere huidskleuren kan worden afgesteld.

 

Cognitive equity

Roth erkent dat al veel is veranderd. Maar ze ijvert voor een bewustzijn bij producenten, cameramensen en fotografen. ‘Technische aanpassingen, make-up en belichting zijn voor vele cameramensen en fotografen dé manier om donkere mensen goed neer te zetten. Ze accepteren het als een gegeven. ‘Zo werkt het nu eenmaal!’ Maar dat is niet waar. Er liggen vaak onbewuste technische keuzes aan ten grondslag. Het is goed mogelijk om camera’s, beeldschermen en televisies te fabriceren en in te stellen op een kleurenrange waarin ook geel- en bruintinten zijn opgenomen. ‘Het feit dat een donkere persoon moet worden bijgelicht, terwijl blanke mensen ook zonder deze extra handeling goed in beeld komen, geeft de donker gekleurde persoon een subtiele boodschap van anders zijn. De psychologische effecten zijn groot.’ Volgens Lorna Roth is het belangrijk dat producenten bij het maken van hun producten bewust zijn van de kleurbalans en op die manier een bijdrage leveren aan cognitive equity, de gelijkheid van iedereen ongeacht hun uiterlijk. Dit ondersteunt een maatschappij waarin niemand wordt buitengesloten. En zo kunnen pijnlijke technische vergissingen, zoals met de camera van Hewlett Packard, voorkomen worden.’

 

Ellen Röling