achtergrond

Nieuwe wereldwijde standaard voor het meten van luidheid

Je zit op tv naar een gevoelige slotscène van een speelfilm te kijken, de aftiteling komt in beeld en terwijl je nog namijmert, krijg je ineens een keiharde stationcall. Het verschil in luidheid is zo groot dat je bijna van je stoel afvalt. Kan daar nou niet eens wat aan worden gedaan? Jawel, zeggen Richard van Everdingen en Eelco Grimm.

 

‘Luidheid is al jaren een bron van irritatie voor veel kijkers, en het is vaak een reden voor ze om weg te zappen, weet Van Everdingen, consultant bij NKM Network Services en werkzaam op het gebied van de radio- en televisiedistributie. Hij werd in de problematiek geïnteresseerd toen hij bij Casema werkte. ‘De verschillen in luidheid tussen de kanalen waren heel groot. Om die op te lossen ontwikkelde ik een geautomatiseerd systeem.’ Hij bleef zich in de materie verdiepen en raakte betrokken bij een initiatief van vakmensen op dit terrein.

Ook Grimm houdt zich al lang met luidheid bezig. Hij was hoofdredacteur van ProAudio Magazine (dat tegenwoordig ProAudioVideo heet), is docent aan de HKU en is (mede-)eigenaar van twee bedrijven op het gebied van geluidsopnamen, studiobouw en studioapparatuur. In 2005 organiseerde hij een symposium over luidheid, waar voor het eerst alle betrokken partijen bijeenkwamen. ‘Daar stelden we vast dat niemand met de bestaande situatie blij was, iedereen vond dat er wat moest gebeuren.’ Een werkgroep ging aan de slag.

 

Pieken afvlakken

Het luidheidprobleem is eigenlijk een meetprobleem. Het ging een rol spelen nadat een adverteerder had geklaagd dat zijn tv-commercial zachter klonk dan het programma dat eraan voorafging. Na metingen bleek dat uitzendtechnici het geluid iets hadden bijgeregeld. Grimm: ‘Dat wilde die adverteerder niet, want dan zou zijn commercial minder opvallen. Hij stuurde een brief op poten, waarna de uitzendtechnici opdracht kregen om van alle spots af te blijven. Gevolg was wel dat alle spots luider gingen klinken.’

‘Voor het tv-geluid wordt een standaard gehanteerd, een vaste norm op een zogeheten Peak Programme Meter, de PPM’, vult Van Everdingen aan.‘De gedachte hierachter is dat pieken in het geluid niet boven de waarde 0 op de PPM mogen uitkomen, anders wordt het geluid overstuurd, vervormd. Maar pieken zeggen in wezen niets over de luidheid en hoe die door het menselijk oor wordt waargenomen: dat is voornamelijk gevoelig voor de gemiddelde energie. Tegenwoordig worden spots en stationcalls zo dicht mogelijk bij de PPM-norm uitgezonden: je neemt het geluid hard op en de pieken worden door een compressor weggehaald, zodat je bijna continu op die grens zit. Daardoor heb je vrijwel geen verschillen meer in dynamiek. Om het luidheidverschil met de gewone programma’s enigszins te beperken wordt zo’n compressor bij uitzending ook in de zendlijn gebruikt. Jammer voor bijvoorbeeld een regisseur die verschillen in luidheid juist wil gebruiken als dramatisch middel.’

 

LU-meter

De oplossing schuilt in een andere manier van meten. Grimm: ‘Je kunt beter de gemiddelde luidheid over een bepaalde tijd meten. Als je alles wat op tv wordt uitgezonden op dezelfde gemiddelde luidheid brengt, kun je binnen één programma of commercial wel verschil tussen pieken en dalen hebben, zonder dat die productie zachter klinkt dan de rest.’

‘Je hebt daarvoor een heel andere meter nodig dan de PPM’, constateert Van Everdingen. ‘Onderzoek heeft in 2006 geleid tot de publicatie van een nieuwe wereldwijde standaard voor het meten van luidheid door de ITU, een onderdeel van de VN. Een aantal fabrikanten heeft op basis daarvan al meters ontwikkeld, waarop je op verschillende manieren kunt zien wat er met het geluid gebeurt. Je kunt het real-time bekijken, dan zie je de pieken en dalen heel goed. Of op een langere termijn zodat je het gemiddelde goed in de gaten kunt houden. Tot slot kun je het gemiddelde voor de hele productie door middel van één getal aflezen. Als dat op de afgesproken standaardwaarde zit, dan zijn dynamische verschillen op korte termijn helemaal geen probleem. Sterker nog, ze geven juist de ruimte om bepaalde dingen te benadrukken, die een belangrijke boodschap vertegenwoordigen. Ook in een reclame.’

Grimm: ‘Deze meters werken op basis van een loudness unit, en worden daarom wel LU-meters genoemd, met een knipoog naar de bekende VU-meters. In die nieuwe meters worden ook de eigenschappen van ons gehoor meegewogen, want onze oren zijn niet voor elke frequentie even gevoelig. Een belangrijk verschil met de PPM-meters.’

 

Mooier en beter

Theoretisch misschien geen speld tussen te krijgen, maar werkt het ook in de praktijk? Alfred Klaassen heeft met zijn studio veel ervaring met audiopostproductie voor radio, televisie en bioscoopcommercials. Hij is zeer tevreden met de oplossing die Grimm en Van Everdingen bepleiten. ‘We hebben het getest. Je hebt een groter bereik.’ Dat schept ruimte voor zijn vak, het maken van een mooie audiomix. ‘Je kunt weer echt mixen, je gooit niet alles meer door een compressor die de dynamische verschillen laat verdwijnen. Nu is eigenlijk alles even hard, één streep. Op de nieuwe manier kun je ook eens een echte ontploffing laten horen of juist een zachtere stem. Stemmen worden weer mooi, een d klinkt weer als een d en niet als een t. Voor muziek geldt hetzelfde. Een snaredrum bijvoorbeeld kun je niet meer horen als het geluid wordt gecomprimeerd.’ Hij verwacht dat alle partijen blij zullen zijn met de voorgestelde oplossing. ‘De kwaliteit wordt beter en de irritatie bij mensen minder.’

Ook Grimm en Van Everdingen denken dat de nieuwe meetwijze breed zal worden aanvaard. Ze zijn er zelfs in internationaal verband mee bezig. ‘Wij maken zelf deel uit van een grote werkgroep van de EBU, de Europese koepelorganisatie van publieke omroepen’, vertelt Van Everdingen.. ‘Over enkele maanden verwachten we zo ver te zijn dat de EBU-aanbeveling voor luidheidnormalisatie in televisiegeluid kan worden gepubliceerd. Dit wordt een open standaard, waarin alle schakels van de televisieketen zijn meegenomen, van productie, het studioproces tot en met de distributie. Zelfs de apparatuur in de huiskamer is erin opgenomen. Luidheidnormalisatie is een wereldwijde ontwikkeling, waarin veel betrokkenheid wordt getoond door diverse omroepen, fabrikanten en overheden.’

Waarom het proces zo lang duurt, kan hij makkelijk verklaren. ‘Je moet een standaard afspreken die goed toe te passen is in de praktijk. Het is belangrijk dat de EBU met een aanbeveling komt, die goed is beproefd en waar iedereen mee uit de voeten kan. Want het probleem is alleen op te lossen als alle partijen in de keten met dezelfde standaard werken en actief hun steentje bijdragen aan het proces.’

 

Bas Nieuwenhuijsen 

 

Voor overleg en uitwisseling van kennis en ervaringen is het platform luidheidnormalisatie opgericht, waar alle betrokken partijen aan kunnen deelnemen: www.platformluidheid.tv.