Columns

Kijne: Toekomst

‘Plasterk neemt Hilversum op de schop',  kopte Het Parool over de hele breedte van de inmiddels niet meer zo brede voorpagina in de eerste krant van het nieuwe jaar. En in de woorden van de man met de hoed zelf stond daar nog achter:  ‘Dit wordt zeer pittig' .

Over goede voornemens gesproken.

In het uitgebreide interview binnenin verklaarde onze cultuurminister zich nader:

"We zijn met een evaluatie bezig : hoe gaan we de omroep inrichten na 2016, na deze concessieronde? De techniek krijgt grote invloed op het kijkgedrag. De conversie van tv en internet zit er echt aan te komen. Nu kijkt vrijwel iedereen nog televisie via de kabel. Dat is straks niet meer zo. (...) Wij worden geconfronteerd met vragen als: wat is de waarde van programmeren en van net-identiteit in pakweg 2016. Nu hebben we een praktijk waarin de programmering een grote rol speelt. Netmanagers werken secuur aan uitzendschema's die de kijker verleiden ook af te stemmen op programma's die ze niet spontaan aanzetten. Er zit een zorgvuldige opbouw in de tv-avond. Dat verandert dan.'

Voor de digibeten onder u: Wwaar de minister op doelt is de mogelijkheid die straks ontstaat  wanneer je via de televisie het internet kunt gebruiken :  ieder programma wordt individueel en on demand aangeleverd en de kijker thuis sleutelt zelf zijn televisie-avond in elkaar.

Er valt  op deze nieuwjaars-analyse van de minister weinig af te dingen. Dat internet op televisie kom er aan.  Het enige dat je er nog tegenin zou kunnen brengen is dat hij misschien een tikje hard van stapel loopt .Wanneer hij denkt dat de zelfredzaamheid van de gemiddelde televisiekijker zo groot is dat deze al in 2016 geen enkele behoefte meer heeft aan een zorgvuldig geprogrammeerde avond, is hij een tikje optimistich. Volgens mij blijkt uit allerlei eerdere, in het kader van de leve-de-markt-ideologie genomen maatregelen , dat de gemiddelde mens helemaal niet zo staat te springen om meer keuzevrijheid. 

Je kunt je daar iets bij voorstellen. Zelf wordt ik ook wel eens duizelig als ik in de supermarkt kan kiezen uit twintig soorten kattevoer. Om over andere, meer existentiële keuzemomenten als die voor een zorgverzekering nog maar te zwijgen.

Dus misschien is het in ieder geval raadzaam om vanaf 2016 naast de doe-het-zelf-televisieavond via internet ook nog een jaar of tien gewone netten te laten bestaan. Tot ook de laatste couch potato helemaal klaar is om zijn eigen Avondje Avro in elkaar te fröbelen.

Maar dat op den duur alles anders wordt, dat heeft de hoed wel goed gezien.

Het is alleen vreemd dat in hetzelfde interview en in de manier waarop de oprisping van Plasterk de dagen daarna nieuws werd, de suggestie wordt gewekt dat dit ten koste zou gaan van de bestaande omroepverenigingen. de Volkskrant bijvoorbeeld koppelde er de conclusie aan dat de tijden van KRO, NCRV en anderen nu werkelijk geteld waren.

Dat nu, is de plank precies gemist.

Als de techniek ergens toe dwingt , is het juist tot het verdwijnen van de centrale functies van de publieke omroep, de bestuurders, de netmanagers en al hun hulptroepen. Hun taak namelijk, het organiseren en profileren van geregelde televisienetten, komt op den duur te vervallen.  Het zullen juist de omroepverenigingen zijn die hun banden met de kijker de komende jaren moeten versterken, die hun programma's beter zullen moeten profileren zodat de kijker ze straks niet links laat liggen maar ze weet te vinden als bouwsteen voor de zelfgeknutselde televisie-ervaring.

Daarom was het in de opeenvolging van nieuwsmomenten een tikje merkwaardig dat de voorzitter van de publieke omroep daags na de opmerkingen van Plasterk het verdwijnen van negen omroepen aankondigde.

Het zou realistischer zijn geweest wanneer Henk Hagoort  de toekomstige overbodigheid van zijn eigen functie had benadrukt.