Opnieuw krijgen filmtalenten een kans om hun eerste of tweede lange speelfilm te maken dankzij De Oversteek. De Oversteek-projecten maken deel uit van het Deltaplan Talent, waarin de publieke omroep, het Filmfonds, het Mediafonds, het Binger Filmlab en het CoBO-fonds samenwerken om filmtalent te stimuleren. Geselecteerd voor De Oversteek III zijn: Fuga (regie Pascale Simons, scenario Philip Delmaar, productie IJswater Films), Oppervlakte (regie en scenario Joost van Ginkel, productie Column Film) en Zomer (regie Sacha Polak, scenario Helena van der Meulen, productie Circe Films).
De drie geselecteerde plannen ontvangen ieder een realiseringsbijdrage van circa 700.000 euro. Het is de bedoeling dat de films in 2010 worden geproduceerd en begin 2011 in de filmtheaters te zien zijn. Daarna zal de VPRO de films op televisie uitzenden. De Oversteek III is de vijfde reeks van drie films die in het kader van het project De Oversteek worden geproduceerd. De serie begon elf jaar geleden onder de naam Route 2000, heette daarna No More Heroes en heeft nu als vaste naam De Oversteek. Inmiddels konden totaal 14 films dankzij het project tot stand komen, waaronder successen als De Poolse bruid van Karim Traïdia, Drift van Michiel van Jaarsveld, AmnesiA van Martin Koolhoven, Diep van Simone van Dusseldorp, Langer licht van David Lammers en Nothing Personal van Urszula Antoniak.
Het is de bedoeling om voortaan jaarlijks drie filmproducties mogelijk te maken. Voor De Oversteek IV kunnen filmmakers zich nog tot 8 februari aanstaande aanmelden bij het Filmfonds. Producenten, auteurs en regisseurs moeten bij voorkeur in teamverband hun voorstel indienen. Projecten worden onder meer beoordeeld op de aanwezige ervaring in het team (de regisseur mag bijvoorbeeld maximaal één speelfilm hebben gemaakt die in de bioscoop is uitgebracht), en op de synopsis en de regievisie. Gezocht wordt naar auteursfilms, eigentijdse verhalen en een beeldtaal die ook internationaal kan aanspreken. De lengte moet minimaal 80 minuten zijn. Uit de aanmeldingen wordt een selectie gemaakt van maximaal negen projecten die in aanmerking komen voor een bijdrage van € 8.000 voor het schrijven van een treatment van 35 pagina's. Vervolgens wordt een kleiner aantal ontwikkeld tot een speelfilmscenario. Eind 2010 wordt bekend welke drie films daadwerkelijk mogen worden geproduceerd.
Kans
‘Een droom die uitkomt', noemt filmmaker Joost van Ginkel de kans om zijn film Oppervlakte binnen De Oversteek III te realiseren. Van Ginkel werkt al meer dan 12 jaar als freelance televisiemaker en schreef daarnaast in zijn vrije tijd filmscripts. Hij merkte dat het lastig was om een plek te veroveren in de filmwereld. Zijn eerste korte film Zand bracht hij daarom geheel in eigen beheer uit. Zand werd geselecteerd voor het prestigieuze filmfestival van Venetië, won tien internationale prijzen en werd de Nederlandse inzending voor de Oscars. ‘Zand was mijn doorbraak, maar de productie van de film betekende ook een behoorlijke financiële aanslag. Zonder de ondersteuning van De Oversteek zou ik een lange speelfilm nooit kunnen bekostigen.' Volgens Van Ginkel komt ook de lange en zorgvuldige selectieprocedure de kwaliteit van zijn speelfilmdebuut ten goede. ‘Mijn idee heeft een jaar lang kunnen rijpen. En toen ik uiteindelijk het scenario voor Oppervlakte mocht gaan schrijven, kreeg ik daar een budget en vier maanden de tijd voor. Dat is een enorme luxe. Ik heb nu een jaar de tijd om de film te maken. Ik ben momenteel bezig met het samenstellen van de crew en het casten van de acteurs. Oppervlakte wordt een intense en romantische film over onvoorwaardelijke liefde.'
Oorlogswinter
Van Ginkel, Polak en Simons krijgen via De Oversteek de kans zich aan te sluiten bij een illuster rijtje Nederlandse regisseurs die hen in het project voorgingen. Onder hen Martin Koolhoven, bekend van Suzy Q, Oorlogswinter en Het Schnitzelparadijs: ‘Het is lastig te zeggen of De Oversteek in 2001 mijn doorbraak heeft betekend. Ik maakte in hetzelfde jaar ook een andere film: De Grot. Maar het is een feit dat ik AmnesiA ben gaan bedenken omdat het No More Heroes-project eraan kwam. Die film heeft me gevormd tot wat ik later werd. Ik won dat jaar het Gouden Kalf voor De Grot, maar had hem achteraf liever voor AmnesiA gewonnen, omdat het een persoonlijke, bijzondere en meer gedurfde film was.'
Nieuwe generatie
Is een project als De Oversteek nodig voor vernieuwing en verjonging in de filmindustrie? Koolhoven: ‘Het begin van het project kwam in een tijd dat er sowieso een honger was naar een nieuwe generatie filmmakers. Begin jaren negentig zat de Nederlandse film in een dip: in 1994 was 06 de best bezochte Nederlandse film met zo'n 30.000 bezoekers. Pers en publiek haalden hun neus op voor films van de oude generatie als Advocaat van de Hanen en Aletta Jacobs, het hoogste streven. Toen was daar opeens Robert Jan Westdijk met Zusje. Een film die in eigen beheer was gemaakt, omdat jonge mensen tot dan toe jaren moesten wachten tot ze een film mochten maken. Iedereen zag dat er een wisseling van de wacht nodig was: VPRO en het Filmfonds stonden in dit klimaat open voor nieuwe plannen.
Nu is er ondertussen een geheel nieuwe generatie filmmakers opgestaan. Met nieuwe regisseurs, zoals Westdijk, van der Oest, Terstall, Kuijpers, Leopold en ik, en ook met nieuwe producenten en acteurs. Producenten als Frans van Gestel, Els Vandervorst, San Fu Maltha en Leontine Petit namen het stokje over van de oude garde als Rob Houwer en Matthijs van Heijningen. De Jeroen Krabbé's en Renee Soutendijks zijn opgevolgd door acteurs als Tygo Gernandt en Carice van Houten. Aan deze wisseling van de wacht heeft De Oversteek - en vooral haar voorlopers - bijgedragen. Maar het is niet de bedoeling dat wij nu 20 jaar de dienst uitmaken, zonder dat er kansen zijn voor nieuwkomers. Daarom is het belangrijk dat zoiets als De Oversteek blijft bestaan, waar regisseurs en, niet te vergeten, de andere crewleden in relatieve luwte kunnen groeien.'
Ellen Röling