Hoe zorg je ervoor dat mensen naar jouw website komen en daar jouw content vinden? Rond die vraag organiseerde de Nederlandse Vereniging van Journalisten op 14 januari een avond in Desmet in Amsterdam. ‘We moeten af van die hokjesgeest.'
Op moment van dit schrijven moest de avond in de NVJ-reeks De Beste Ingrediënten voor de Toekomst nog plaatsvinden. Spreek'buis vroeg twee sprekers van die avond hoe zij denken over de vraag hoe je het internet moet gebruiken, als organisatie en als freelancer.
Linken
Rik Nizet is hoofdredacteur van DePers.nl. Dertig tot veertig artikelen uit het dagblad verschijnen ook online, waarvan zes op de openingspagina van de site. De site is er vooral voor het nieuws, de krant ook voor de achtergronden. Naast nieuwsberichten vind je op de site ook ‘the talk of the day', een onderwerp waarover die dag op kantoor gepraat wordt, zoals Patricia Paay die in de Playboy staat. De website van De Pers heeft veel kantoorgebruikers, volgens Nizet. Hij ziet op een dag drie golfbewegingen qua bezoekers. De pieken zitten op negen uur, als mensen net op hun werk zijn, tussen elf en een uur, vlak voor en na de lunch, en rond half vier als mensen weer bijna naar huis gaan. ‘Ze lezen dan vooral nieuwsberichten. Video's bekijken ze meer 's avonds thuis, omdat dat op kantoor teveel opvalt', aldus Nizet. De Pers zorgt naast unieke content er ook voor dat mensen via hun website aan het nieuws komen. Nizet: ‘Je kunt zelf niet alles behappen en moet dus ook niet pogen alles binnen te houden. De internetgebruiker is gewend te zoeken. Als je wilt dat ze op jouw site blijven, moet jij het voorwerk verrichten. Jij moet voor hem googlen, anders gaat-ie het zelf doen.' Linken naar andere sites en video's embedden gebeurt dan ook veelvuldig op de website van De Pers. Nizet: ‘Je moet veel meer naar de gebruiker kijken en het hele internet inzetten als site. Dat wordt nog veel te weinig gedaan. We moeten af van die hokjesgeest.'
Nagelaten
Remco Janssen is freelancer. Hij heeft de financiële crisis aan den lijve ondervonden. Sinds begin 2009 begon hij veel inkomsten mis te lopen. Hij werkte als journalist voor Het Parool en Revu en kreeg steeds minder te doen. Daarop besloot hij, zoals hij zelf zegt, ‘zijn ziel aan de duivel te verkopen' en het bedrijfsleven in te gaan. Hij is teleurgesteld in de manier waarop uitgevers omgaan met internet. ‘Ze hebben vijftien jaar de tijd gehad om te kijken wat ze ermee konden doen en hebben nagelaten het op te pakken. En nu piepen ze dat internet hen kapot heeft gemaakt.' Als voorbeeld noemt Janssen dat hij heel lang heeft moeten zeuren om voor Het Parool iets te kunnen schrijven over Hyves, waar hij een van de eerste gebruikers van was. Ook zijn idee om voor het avondblad een community voor Amsterdamse amateurvoetbalclubs te starten, werd niet opgepikt. Janssen: ‘De hoeveelheid amateurvoetbal nam in de krant af van vier naar twee pagina's. In 2003 schreven er nog tien mensen over, nu nog maar vier. Ik stelde voor om het op internet een plek te geven. De KNVB, de voetbalclubs en de voorlichter van de wethouder Sport waren enthousiast, maar uiteindelijk werd er niks mee gedaan. Journalisten en uitgevers verdedigen hun bastion en zijn totaal niet bezig met innoveren. En dat terwijl hun bedrijfstak onder druk staat.'
Netwerk
Janssen is nu PR-adviseur, of beter gezegd PR-2.0-adviseur. Bij PR 2.0 worden online-kanalen zoals blogs ingezet om informatie te publiceren en over te dragen. Het is volgens Janssen dé manier voor freelancers om zich te profileren op internet. Hijzelf zit op Facebook, Twitter, LinkedIn, heeft een Google profile en blogt via verschillende sites. ‘Door te gaan bloggen heb ik mijn marktwaarde vergroot. Mensen weten mij te vinden omdat ik overal bereikbaar ben. Door mijn kennis te delen ben ik een autoriteit op het gebied van PR en social media geworden. Het netwerk dat ik zo heb gevormd weet wat ik kan en doe en haalt zo de opdrachten voor mij binnen.' Janssen vervolgt: ‘Freelancers moeten de expertrol naar zich toe trekken en er zo voor zorgen dat zij aangeraden worden. Internet is daarvoor het middel. Aan het reageren op een discussie op Linked in heb ik bijvoorbeeld eens een klus overgehouden. Door Twitter heb ik vele volgers en kan ik snel netwerken op een informele manier. Het is voor mij als thuiswerker een soort virtuele koffiemachine.'
Luc Lansink