Een tv-gids waarin je niet alleen kunt bladeren en lezen, maar die ook trailers van de programma's laat zien. Of een elektronisch papiertje waardoor je de Beagle levensecht op je tafel ziet varen. Toekomstmuziek? Niet echt meer, zeggen Erik van Heeswijk (Hoofdredacteur Digitaal van de VPRO) en Rob Blaauboer (Senior Management Consultant bij Logica).
De voorbeelden hierboven zijn maar twee mogelijke toepassingen van augmented reality, waarbij omroepen een rol kunnen spelen. ‘Augmented reality houdt in dat je iets toevoegt aan de werkelijkheid', verklaart Blaauboer. ‘Het bijschrift bij een schilderij in een museum, of de audiogids die je kunt beluisteren bij een tentoonstelling, dat zijn eigenlijk al voorbeelden van augmented reality. Dat bestaat natuurlijk al lang. Tegenwoordig kun je, als je de webbrowser van Layar hebt, op je mobiele telefoon zien waar je ergens een pinautomaat kunt vinden. Of je kunt je mobieltje op een huis richten en via Funda zien wat het moet kosten.' Van Heeswijk: ‘Of denk aan de virtuele reclameborden die je bij het voetbal op je scherm ziet, ook een vorm van augmented reality.'
Zinvol
Augmented reality mag dan niet meer nieuw zijn (Hollywoodfilms stonden er lang voor Avatar al bol van), de ontwikkeling staat zeker niet stil. Experimenteren is prima, vinden Van Heeswijk en Blaauboer, maar uiteindelijk moet het wel iets zinvols opleveren. ‘In het bedrijfsleven vragen we altijd aan welke voorwaarden een innovatie moet voldoen om bij te dragen aan het succes van je onderneming', zegt Blaauboer. ‘Wat je met augmented reality kunt doen, is op dit moment nog beperkt. Locatie is iets wat je aardig goed kunt bepalen, maar bijvoorbeeld dat je mobieltje je laat zien wat voor boom daar staat, of dat je er mensen mee kunt herkennen, dat kan nog niet.'
‘We moeten nu naar zinvolle, inhoudelijke vormen toe, die echt iets toevoegen aan je beleving van de werkelijkheid', vindt Van Heeswijk. ‘Natuurlijk kunnen we een papiertje uitbrengen waarop je de Beagle op je tafel ziet varen, en misschien zullen we dat soort dingen ook nog wel doen, maar daar ben je snel op uitgekeken. Je hebt volgens mij bij augmented reality te maken met drie zaken: de echte wereld, de virtuele wereld, dus de dataset die je gebruikt, en de mediator, de webcam of het mobieltje of een ander apparaat. Die wil je alle drie beïnvloeden. Bij de dataset is dat geen probleem. Neem bijvoorbeeld je archief, als je dat goed ontsluit kun je daar van alles mee doen. De echte werkelijkheid kun je ook beïnvloeden, door bijvoorbeeld je eigen evenement te organiseren op Lowlands. Met die tussenlaag zijn we nog bezig, maar dat komt ook. Je kunt dan als het ware een laag leggen over het televisietoestel. Bijvoorbeeld wanneer je naar Zomergasten kijkt en dan op je mobieltje de Twitterfeeds ziet of commentaren op de website.'
Trailers
Van Heeswijk ziet voor de omroepen onuitputtelijke mogelijkheden met augmented reality, al leent audiovisueel materiaal zich eigenlijk niet zo makkelijk voor dit soort zaken, vindt hij. ‘We kunnen wel ergens een videofragment aan toevoegen, maar dat slorpt al gauw alle aandacht van de gebruiker op. Met meer abstracte datasets is dat niet zo'n probleem. We zijn bezig met een programma voor 2011 waarbij satellietbeelden van Nederland een rol spelen, en daar willen we gegevens van Rijkswaterstaat aan toevoegen. Van de leidingen die overal liggen tot de hoogteverschillen, noem maar op. Die gegevens kun je als een soort kleed over de werkelijkheid neerleggen. Maar je zou ook radio op locatie kunnen ontsluiten, zodat je op de plek waar je bent een radiofragment hoort dat daarover gaat. Het lijkt mij ook leuk om voor 3VOOR12 concerten op te nemen in 3D, zodat de band bij jou op tafel staat. We denken erover een prototype van de VPRO Gids te maken, waarin je naar trailers van programma's kunt kijken via je mobieltje of een webcam. Dan zou de smaak van de VPRO veel meer nog dan nu uit zo'n gids omhoog komen. Of dat je in een boekhandel een boek scant en reviews en ratings kunt bekijken van VPRO-leden, of interviews met schrijvers. Zo kun je de smaak van de VPRO-gemeenschap doorgeven.'
‘Wil je dan ook meten wat dat oplevert?', vraagt Blaauboer. ‘Zeker, al gaat het ons in eerste instantie meer om de impact die we hebben dan om bereikscijfers', zegt Van Heeswijk.
Om al die toepassingen goed van de grond te kunnen krijgen is volgens hem een nieuwe ICT-architectuur nodig. ‘Om te beginnen moet je de ‘achterkant' van zo'n systeem bouwen, zodat je je materiaal goed kunt ontsluiten. Als je dat fundamenteel aanpakt, kun je straks allerlei toepassingen maken. Doe je het alleen af en toe voor een project, dan blijft augmented reality een gadget.'
Samenwerking
Blaauboer wijst op het feit dat je niet noodzakelijkerwijs in je eentje moet innoveren. ‘Je kunt als omroep ook partners zoeken', oppert hij. ‘Samenwerking met het bedrijfsleven is afhankelijk van de speelruimte die jullie als publieke omroep hebben. Een VPRO-zorgverzekering aanbieden, lijkt mij niet voor de hand liggen. Maar op het gebied van kunst bijvoorbeeld ligt dat anders, denk ik. Banken hebben grote kunstcollecties, daar zou je als omroep iets mee kunnen, zonder dat het iets met de omzet moet doen.'
Van Heeswijk beaamt dat. ‘Wat ons betreft is heel veel mogelijk, als het maar inhoudelijk is, want wij hebben een inhoudelijke missie. Waarom zou een museum voor ons geen platform kunnen zijn? Of de digitale schoolborden in het onderwijs? Waarom zouden we niet meer kunnen doen met kranten? Je zou op een bepaalde plek in de krant een symbool kunnen plaatsen, waardoor VPRO-leden, als ze er met hun mobieltje naar kijken het VPRO-nieuws van die dag zien.'
Hoe het zich ook verder ontwikkelt, duidelijk is dat het onderscheid tussen de echte en de virtuele werkelijkheid dankzij augmented reality steeds verder vervaagt. Niet erg, vinden ze beide, al is Blaauboer wel beducht voor de toenemende mate waarin we met z'n allen afhankelijk zijn van de computerwerkelijkheid. Maar het is niet anders. ‘En de beste toepassing moet nog worden bedacht.'
Bas Nieuwenhuijsen