Nederland krijgt in september een nieuwe moslimomroep, de SMON. Aan voorzitter Radi Suudi de taak om de moslimszendtijd, na jarenlang geruzie, een fris gezicht te geven. De start lijkt allesbehalve makkelijk.
Het langdurige getouwtrek van de bestaande moslimomroepen NMO en NIO moe, heeft het Commissariaat voor de Media de islamitische zendtijd toegekend aan een nieuwe loot aan de Hilversumse stam, de Stichting Moslim Omroep Nederland (SMON). De SMON is een initiatief van de Unie van Marokkaanse Moskeeorganisaties in Nederland en de Nederlandse afdeling van de World Islamic Mission. Voorzitter is de Palestijns-Nederlandse politicoloog en journalist Radi Suudi (1957). Hij moet ervoor zorgen dat de SMON voldoet aan de wettelijke taak om de vier hoofdstromen binnen de islam aan bod te laten komen: soennieten, sjiieten en de verlichte ahmadiyya's en alevieten.
U zal het niet gemakkelijk krijgen. De World Islamic Mission (WIM) heeft bij monde van haar geestelijk leider Mohammed Anas Noorani Siddiqui een banvloek uitgesproken over de liberale ahmadiyya. ‘Ik ga nog liever dood dan hen als moslims te beschouwen', citeerde de Volkskrant in september 2006 deze Siddiqui.
‘We zouden een groot probleem hebben als WIM in ons bestuur zat, want dan liepen we kans op theologische discussies zodra een aanhanger van de ahmadiyya in ons programma zou zitten. De WIM heeft echter echter een delegatie-overeenkomst met de SMON gesloten waarmee ze afstand doet van directe bemoeienis met de inhoud van onze programmering. We krijgen een bestuur met onafhankelijke mensen en een redactiestatuut zodat ook de onafhankelijkheid van de redactie is gewaarborgd.'
Dus ahmadiyya en alevieten kunnen gewoon in uw programma's terecht?
‘We zijn een journalistieke organisatie en zullen wanneer dat zo uitkomt ook aanhangers van deze stromingen aan het woord laten. Onze omroep is er voor een ieder die zichzelf als moslim beschouwt en zich conformeert aan de regels van de Nederlandse rechtsstaat. We zullen geen partij kiezen in theologische discussies over wie een echte moslim is of niet. Dat laten we graag over aan de kerkgenootschappen.'
Aanvankelijk aasde ook Mohammed Cheppih met zijn Omroep Universele Moslim Associatie, OUMA, op de moslimzendtijd. Toen de slinger van het Commissariaat niet zijn kant bleek op te gaan, heeft hij zich teruggetrokken en aansluiting gevonden bij uw omroep. Cheppih heeft zich in het verleden negatief uitgelaten over onder meer zoenen op straat en de Gay Parade en positief over lijfstraffen enOsama Bin Laden. Hoe zal de samenwerking tussen u beiden verlopen?
‘Ik ken enkele uitlatingen van Cheppih uit de publiciteit, maar weet dat hij de laatste jaren een stuk gematigder is geworden. Los daarvan: ik heb niet met Cheppih een omroep opgericht. Ook hij heeft de delegatie-overeenkomst getekend en die is glashelder: de WIM en OUMA hebben onze onafhankelijke stichting voor vijf jaar een mandaat gegeven om uit te zenden. Voor het Commissariaat is dit bestuursmodel een belangrijke reden geweest om ons de zendtijd toe te kennen. Het model biedt volgens het Commissariaat voldoende garanties op het uitblijven van ruzies.'
Het is moeilijk voorstelbaar dat de WIM en Cheppih zich op een omroeppad begeven om vervolgens alle macht uit handen te laten vallen?
‘Toch is dat het geval. Misschien bent u moeilijk te overtuigen, maar mag ik Thorbecke aanhalen die na zijn grondwetsherziening van 1848 met een nieuw kabinet aantrad en de Kamer verzocht: ` Wacht op onze daden.' De tijd zal leren of ik in mijn missie zal slagen of dat ik te hoge verwachtingen heb gekoesterd. Als de journalistieke onafhankelijkheid onverhoopt toch zou dreigen te worden aangetast, ben ik weg. Zelf ben ik overigens van plan programmamaker te worden, zodra de organisatie staat, en het voorzitterschap aan iemand anders over te laten.'
Wat zijn uw plannen op programmagebied?
‘We zitten nog in een pril stadium. Wat wel zeker is, is dat we zowel qua vorm als inhoud van de NMO en de NIO zullen verschillen. De tweede en derde generatie moslims zijn voor ons een belangrijke doelgroep. We zullen daarom veel aandacht besteden aan internet, hét medium van de nieuwe generatie. Ik denk dat we op tv breed zullen programmeren en op internet meer gaan inzoomen op doelgroepen. Te denken valt bijvoorbeeld aan moskeediensten. De tv - we hebben een uurtje zendtijd per week - is de plek voor algemene thema's, zoals vrouwenrechten, de positie van jonge moslims op de arbeidsmarkt, culturele onderwerpen, enzovoort. Het referentiepunt moet steeds zijn: moslims als onderdeel van de Nederlandse maatschappij. Dat ze erbij horen, daar hoeven geen vraagtekens bij te worden geplaatst.'
En de radio, u hebt 175 uur radiozendtijd per jaar?
‘Ik wil uitzoeken of het wettelijk mogelijk is om het radiobudget in te zetten voor nieuwe media. Ik zal daarover in gesprek gaan met Henk Hagoort. Ik ben niet tegen radio, maar internet heeft onze prioriteit. Zelf zou ik er vrede mee hebben als we niet of slechts heel beperkt onze radio-zendtijd zouden benutten.'
U heeft vorig jaar samen met Frank William van de NMO geprobeerd de ledenomroep Zenit op te richten. Is de SMON uw revanche voor deze mislukte poging?
‘Geen revanche. Wel willen we, zoals Zenit dat ook van plan was, proberen te voorzien in een leemte die bij de publieke omroep bestaat. Als het over moslims gaat, gaat het altijd over problemen als terrorisme. Dat de meeste moslims gewoon hun leven leiden als iedere Nederlander en een maatschappelijke bijdrage leveren, komt nauwelijks in beeld. Daaraan gaan we als SMON werken. Die ledenomroep komt misschien ooit nog eens, ik sluit dat niet uit. Maar ik heb nu mijn handen vol aan de SMON.
Willem Pekelder