achtergrond

Op weg naar toekomstproof auteursrecht

De afspraken en regels rondom auteursrechten en de uitvoering daarvan voldoen niet langer aan de eisen van deze tijd. Met de mogelijkheden van moderne technologie als digitale en mobiele tv, internet, tv-on-demand en thuiskopiëren bieden ze te weinig bescherming voor de makers. Voor producenten, distributeurs en de omroepen staan ze innovatie en exploitatie flink in de weg. Hoog tijd voor vernieuwing. Maar hoe? Een kort overzicht van de standpunten.

 

Nieuwe wet- en regelgeving rondom auteursrecht had er eigenlijk allang moeten zijn. Zowel bij de geschreven media als in de audiovisuele en muziekwereld zijn er steeds meer vraagtekens en misstanden. In januari 2008 besloot de Tweede Kamer zich serieus te gaan buigen over de wet- en regelgeving rondom auteursrecht in Nederland. Er werd een werkgroep samengesteld die de zaken voor de Tweede Kamer op een rij zette, knelpunten definieerde en mogelijke oplossingen aandroeg. Op 17 juni 2009 presenteerde de werkgroep Gerkens haar rapport. Het auteursrecht zal deze maand nog aan de orde komen in het Algemene Overleg van de Tweede Kamer. Vanuit de omroepwereld hebben ook alle belanghebbenden hun stem in Den Haag laten horen.

 

Platform Makers

Omdat individuele makers vaak de zwakkere partij zijn in de onderhandeling met producenten en omroepen, hebben elf belangen- en beroepsorganisaties zich verenigd in het Platform Makers. Het platform werd in juni 2009 na maanden voorbereiding officieel opgericht en vertegenwoordigt meer dan 28.000 auteurs en uitvoerend kunstenaars, variërend van journalisten en fotografen tot musici, scenarioschrijvers en regisseurs. Lid van de stuurgroep Platform Makers is Ellie Speet (NVJ): ‘Het Platform Makers is opgericht om de positie van de individuele maker sterk te verbeteren. Dat het thema ‘auteursrecht' nu ook in de politiek speelt, is een prachtig toeval. Aanleiding voor de oprichting was dat we merkten dat het voor onze leden steeds moeilijker wordt om goede afspraken met opdrachtgevers te maken. Het auteursrecht komt steeds meer onder druk te staan door digitalisering, maar ook doordat uitgevers en omroepen in toenemende mate ondeugdelijke standaardcontracten gebruiken. Van makers wordt verwacht dat zij meewerken aan een volledige overdracht van hun rechten (buy-out). Maar door de ongelijke verhouding tussen makers en exploitanten leidt dit uiteindelijk meestal tot overdracht van hun auteursrechten en minder inkomsten. Wij pleiten daarom voor de invoering van het auteurscontractenrecht, zoals dit ook in het rapport Gerkens wordt aanbevolen, waarin de rechten van de makers gewaarborgd worden. Verder vinden wij het zeer nadelig dat de Nederlandse Mededingingswet beroeps- en belangenorganisaties verbiedt om namens individuele makers collectieve (tarief)onderhandelingen te voeren. Individuele makers staan daardoor zwakker en zijn minder goed in staat goede afspraken te maken. Wij pleiten in ieder geval voor de mogelijkheid om adviestarieven te publiceren.'

 

Eén loket

Ook omroepen, producenten en distributeurs hebben zich verenigd. Hun belang is vooral transparantie en flexibiliteit. Frans Marechal, voorzitter Taskforce Rechten NPO: ‘De vaak starre houding van CBO's (collectieve beheersorganisaties) staat innovatieve ontwikkelingen in de weg en brengt de exportpositie van Nederland als vooraanstaande markt voor de ontwikkeling van nieuwe content en techniek in gevaar. Elke nieuwe openbaarmaking - bijvoorbeeld via mobiele telefoon of internet - leidt tot discussies en onvoldoende onderbouwde claims van de CBO's. Een ander probleem vormen de vele afspraken die met de verschillende rechtenorganisaties voor onder meer schrijvers, componisten, acteurs en regisseurs, gemaakt moeten worden om een film, televisie- en internetproductie (opnieuw) openbaar te maken. Waarbij het vaak onduidelijk is wie de rechten heeft en of er niet ten onrechte dubbele rechten worden betaald. De werkgroep Gerkens pleit voor één centraal loket waar rechten gecleard kunnen worden. Ons voorstel komt ruwweg op het volgende neer. We moeten een model ontwikkelen waarbij de maker wordt betaald naar feitelijk gebruik, ongeacht het platform. De producent fungeert als centraal loket en regelt voor de hele keten van maker tot openbaarmaking de rechten met de individuele rechthebbenden en indien dat niet anders kan, met collectieve beheersorganisaties. De geldstromen moeten daarnaast transparanter en eenvoudiger worden, zodat de inningskosten omlaag kunnen en de makers meer overhouden. Dit vergt ingrijpende reorganisaties en/of samenwerking van de CBO's, zoals gewenst door de werkgroep Gerkens. Door de transparantie zal ook het maatschappelijk draagvlak voor het betalen van rechten worden hersteld.'

 

Collectieve pot

Binnen de audiovisuele sector is het Portal Audiovisuele Makers (PAM) geïntroduceerd door de beroepsorganisaties van makers. Anne Zeegers, Interim manager/coördinator Netwerk Scenarioschrijvers: ‘Invoering van een Auteurscontractenwet - waar Platform Makers voor staat - lost veel maar niet alle problemen in de audiovisuele sector op. Voor elke productie wordt immers met een groot aantal makers individuele contracten afgesloten en voor herhalingen moet doorgaans opnieuw worden onderhandeld; al wordt het de laatste jaren wel steeds lastiger om redelijke afspraken te maken over herhalingsvergoedingen. Noodzakelijk is een regeling die de tekortkomingen van de huidige praktijk erkent en effectief oplost. Makers zijn voorstander van een regeling met heldere grondslagen en transparante geldstromen, waarbij de omroepen, producenten en de distributeurs ieder betalen voor hun eigen exploitaties. Ook wíj vinden het belangrijk dat producenten en omroepen alle vrijheid krijgen om audiovisuele werken, zoals documentaires en dramaseries, uit te zenden ongeacht via welk platform. Het voorstel dat de makers met PAM hebben geïntroduceerd, voldoet aan deze wensen én garandeert tevens een redelijke vergoeding voor de makers. Het centrale loket dat de werkgroep Gerkens voorstaat zouden we aan de makerskant willen creëren. De CBO's van regisseurs, acteurs en scenarioschrijvers maken één loket waar producenten, omroepen en distributeurs jaarlijks via één lumpsumcontract alle rechten regelen. De makers geven de CBO's toestemming om dergelijke afspraken te maken en krijgen daarvoor een vergoeding voor elke uitzending uit de collectieve pot. Daarnaast regelt de maker zelf met de producent het honorarium voor script, regie of acteerprestatie en voor eventuele non-audiovisuele rechten.'

Alle belanghebbenden hebben ieder afzonderlijk aangegeven dat ze graag met elkaar en in Den Haag om tafel gaan zitten voor de beste oplossing. Dat er eindelijk iets in de wet- en regelgeving van de auteursrechten en in de contractspraktijk in de audiovisuele sector gaat veranderen, lijkt onvermijdelijk.

 

Ellen Röling