Columns

Kijne: Oom Wim

Ach ja, er ging wel eens wat mis op kerstavond.

Neem die keer dat Oom Wim op bezoek was.

Oom Wim was vaak op bezoek met de feestdagen, want Oom Wim leefde alleen en dat was zielig met de kerst.

Wij waren dol op Oom Wim.

Niet alleen rookte hij pijp en bracht altijd een warme tabakslucht met zich mee, er hing allerlei avontuur rond Oom Wim. Voor hij mijn vaders collega werd op het Bijbelhuis, had hij gewerkt voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij en dus bracht de aanblik van zijn altijd wat slordig geschoren vrijgezellenkaken ook fantasieën teweeg van verre scheepsreizen en koffiekleurige vrouwen die naar specerijen geurden. Bovendien was Oom Wim een getalenteerd amateur-klokkenmaker en verzamelaar van bijzondere uurwerken, waarvan hij er altijd wel één in zijn vestzakje droeg.

Na zijn binnenkomst op de feestavond - ja, er lag altijd sneeuw die Oom Wim onder de kapstok in de gang van zijn jas borstelde - duurde het nooit lang of wij, mijn twee broers en ik, lagen samen met onze lievelingsoom op de grond met een blinddoek voor en een opgerolde krant in onze handen voor Oom Wim's favoriete kerstspelletje. Dat bestond erin dat degene die de beurt had Are you there? riep, waarop de anderen antwoord moesten geven. Afgaand op het geluid probeerde de beurthebber dan zijn spelgenoten zo hard mogelijk met de krantenknuppel op het hoofd te raken. Wie geraakt werd kreeg de beurt.

Niet helemaal volgens de kerstgedachte, maar nog steeds het leukste spelletje dat ik me kan herinneren.

Ook was oom Wim een verdienstelijk cellist, en daar ging het mis die avond.

Na de inleidende stoeipartij had Oom Wim zich bij de kachel in de voorkamer genesteld met de fles jenever. Naast hem stond het haardstel: een pook en een grote verchroomde tang om de kolen mee uit het vuur te halen.

Nadat hij zich enige tijd had bediend uit de fles ouwe klare, bedacht Oom Wim dat de grijptang eigenlijk ook een grote stemvork was. En om zijn muzikaliteit te bewijzen sloeg hij krachtig met het ding op de kachel, hield het bij zijn oor, liep onvast naar de piano en opende de klep.

Met donderend geraas gingen alle door mijn moeder zorgvuldig met kleine kerstballetjes versierde legen wijnflessen, die ze op de pianoklep had klaargezet om van kaarsen te voorzien, als dominostenen omver. Terwijl wij ontzet naar de gevallen scherven staarden, sloeg Oom Wim een toon aan, luisterde nauwgezet en zei:

‘Nee, het is toch een a'.

Hoe lang mijn moeder huilend in de keuken heeft gestaan weet ik niet meer, maar ik weet wel wanneer het weer leuk werd, die avond. Omdat het hoe dan ook altijd leuk werd met kerst wanneer mijn vader zijn Dickens uit de boekenkast haalde, iedereen tot stilte maande en las:

Marley was dead: to begin with.

En kort daarna die zin die iedereen al jaren voelde aankomen:

Marley was as dead as a doornail.

Zelfs Oom Wim deed er, zo lang de Christmas Carol klonk, het zwijgen toe en daarna was het niets dan saamhorigheid en kerstgedachte.

Oom Wim is inmiddels zelf ook al jaren zo dood als een spijker en sinds de komst van het Blauwe Oog is de kerstviering in de meeste huiskamers vast ook danig van karakter veranderd. En ieder jaar weer zijn er regisseurs die zich de krampen werken om ons vanuit de studio te doordrenken van kerstsfeer, met toeters en bellen.

Maar welke zendermanager durft het aan om dat ene programma te maken dat ongeacht welke sluimerende of al uitgebroken familieruzie toch garant staat voor een vredige kerstavond?

Eén camera, één stoel, een knapperend haardvuur en een man met een bril op waar je naar wilt luisteren:

Marley was dead: to begin with.