
Ruim dertig jaar was hij een vaste waarde bij sport en actualiteiten op de publieke radio. Govert van Brakel, sinds kort gestopt, relativeert.
Hij rolde erin, zoals wel meer omroepmedewerkers. Van Brakel was in de jaren zeventig van de vorige eeuw in Den Haag betrokken bij de ziekenomroep, altijd een broedplaats van nieuw omroeptalent. Samen met een collega ging hij graag naar het voetbal. ‘We deden verslag van ADO', herinnert hij zich. ‘Wij deden wat we leuk vonden. Bijvoorbeeld dus naar de wedstrijden van ADO gaan.' Via zijn collega mocht hij in 1976 invallen als sportverslaggever bij de NCRV-radio. ‘Er was iemand ziek geworden. Maar ja, er was al een dure lijn besteld en dus vroegen ze of iemand nog een invaller wist. Dat werd ik. Het zou voor één keer zijn, maar ik ben gebleven.'
Vak
Bijna had hij vervolgens een vaste baan gekregen bij de AVRO. ‘Maar Dick van Rijn vond dat ik een te Haags accent had. Dus werd ik het niet. Gelukkig, achteraf, want daardoor kon ik in 1979 Heinze Bakker opvolgen toen die bij de NCRV wegging. Ik had het niet beter kunnen treffen.' Met de hem kenmerkende bescheidenheid voegt hij eraan toe: ‘Ik wist niets van het zaterdag voetbal waarvan ik verslag moest doen. Ik moest vragen wie in elke kleur speelde. Daarbij hadden de spelers in die tijd nog geen rugnummers, die moest je dus herkennen aan een haarlok of kousen of zo. Ik was 27 in een onbekende wereld, zenuwachtig. Zo zat ik een keer in de bestuurskamer van IJsselmeervogels en vroeg ik naar de opstelling van Spakenburg. Waarop de secretaris van de club vriendelijk zei: Dat moet je hier nooit doen, de Blauwen en de Roden gaan niet goeds amen, je moet hiernaast zijn.'
Maar al is alle begin moeilijk, Van Brakel is zonder twijfel een vakman pur sang geworden. ‘Gewoon vertellen wat je ziet, meemaakt,proeft, ruikt, voelt. Het pure radiowerk. Dat vind ik nog altijd het mooiste.'
Taal
Verslaggeven is een vak, vindt Van Brakel, die veel waardering heeft voor zijn voorgangers op het gebied van sport en actualiteiten zoals Han Hollander, Herman Felderhof, Theo Koomen en ga zo maar door. Daar kunnen radiomensen ook nu nog wat van leren. ‘Onze nieuwsverslaggevers nu kunnen prachtige items maken. Maar het zou ook mooi zijn als ze wat meer de achtergrond van de sport hadden. Hoe ga je te werk als het live moet? Als je voortdurend moet vertellen wat er gebeurt? Dat is toch de kunst van ons vak en het is jammer dat ze daar zo weinig routine in kunnen opdoen. Want dat leert je zo terugvallen op jezelf, je moet dan een uiterste beroep doen op je eigen verbaliteit. Je moet schilderen in woorden. Helemaal je eigen woorden kiezen bij wat je waarneemt. Dan wordt het ook geen eenheidsworst.'
Vroeger was zeker niet alles beter voor Van Brakel, maar het was in veel opzichten wel anders. ‘Verslaggevers waren toen toch volwaardige sprekers in mooie, begrijpelijke volzinnen. Begaafde sprekers en daar werd ook op gelet binnen de organisaties. Felderhof heeft wel eens verteld, dat de toenmalige AVRO-voorzitter Willem Vogt tegen hem zei dat de koningin niet loopt maar schrijdt, en niet drinkt uit een glas maar nipt van een glas. Dat is natuurlijk achterhaald door de tijd, maar er was dus wel aandacht voor.'
Hier en NU
Van Brakel bleef veel sport doen, maar kwam bij de NCRV ook in aanraking met de actualiteitenwereld. ‘Heinze Bakker was veel weg voor de NOS, voor het schaatsen bijvoorbeeld. Ze vonden dat zijn opvolger meer in Hilversum moest zijn. De sport viel bij de NCRV onder Hier en Nu, en bij de actualiteitenrubriek konden ze ook wel mensen gebruiken. Zo mocht ik daar ook presenteren.' In wezen maakte het Van Brakel niet echt uit of hij nou sport of actualiteiten versloeg. De sport was eigenlijk alleen een handvat waardoor ik op de radio kon zijn en kon vertellen wat ik zag. Dat kon net zo goed het Binnenhof zijn of de Gouden Koets of wat dan ook. Zo hebben ze mijn talent ontdekt en ik vond het allemaal hartstikke leuk.'
Radio 1 Journaal
In de jaren tachtig was Van Brakel ook nog chef Gevarieerd en Cultuur bij de NCRV. Het werd geen groot succes. ‘Dat lag aan mij en aan het feit dat ik jaren achterstallig personeelsonderhoud moest goedmaken.' Hij ging terug naar de plek waar hij zich het best voelde, de werkvloer. Daar trof hij onder andere Piet van Tellingen, voormalig persvoorlichter van ARP en CDA, die na turbulente jaren in de politiek bij de NCRV was gekomen. ‘De beste baas die ik ooit heb gehad', zegt Van Brakel vanuit zijn hart. ‘Hij bemoeide zich niet zo met de inhoud, daar is de vloer voor. Hij ging veel meer tussen de mensen staan, hij was een soort cement. Hij kon van een redactie een club maken. Daardoor was hij ook de perfecte keuze voor hoofdredacteur toen het Radio 1 Journaal werd gevormd in 1995. Van zoveel mensen uit zoveel hoeken een club maken. Hij had ook een dikke huid.'
De oprichting van het Radio 1 Journaal was voor Van Brakel een ‘gouden greep'. ‘Ik ben politiek verslaggever geweest. Dan moest je soms halverwege een debat stoppen omdat bijvoorbeeld de VARA aan de beurt was. Ik vond dat onbevredigend, omdat je het niet netjes kon afmaken maar de afloop bij wijze van spreken in de krant moest lezen. Zo'n verspilling van tijd, moeite en geld. Dus was ik er voor. Ik denk wel dat het voor de omroepen moeilijk is geweest. Actualiteiten waren toch het hart voor de verenigingen en dat werd eruit gesneden. De oprichting van het Radio 1 Journaal was echt een kunststuk, van André van der Louw (de toenmalige NOS-voorzitter, red.). Ik ben toen nog korte tijd bij de NCRV gebleven om nieuwe programma's te bedenken, samen met Sjors Fröhlich. Maar in 1996 vroeg Piet van Tellingen me om in vaste dienst te komen en dat heb ik gedaan.'
Relativering
Naast de actualiteiten is Van Brakel altijd trouw gebleven aan zijn sportliefde. Toen hij in de jaren zeventig nog freelance verslaggever was, werd hij al gevraagd voor Langs de Lijn. ´Dat waren de grote mensen, tot dat keurkorps mocht in toetreden. Achteraan hoor, er waren toen meer verslaggevers dan wedstrijden.´
Actualiteiten en sport hebben zo hun eigen eisen en toon. Voor Van Brakel is dat nooit een probleem geweest. ‘Langs de Lijn is voor de helft entertainment en voor de helft journalistiek. Ik vind dat het journalistieke werk moet prevaleren. We zijn de tijd van Theo Koomen voorbij, dat enthousiasmeren en opjagen. Dat kon en moest toen nog omdat de televisie niet zo overheersend aanwezig was. Langs de Lijn heeft nog steeds een andere toon. Maar daar hoefde ik niet over na te denken, dat ging automatisch. Bij Langs de Lijn moet de presentatie relativeren als er op de velden drukte is, en omgekeerd moet je een er wat peper in strooien als het in de wedstrijden stil valt.´
Dat vermogen tot relativering is een beetje zijn handelsmerk geworden, net als een milde (zelf)spot. ‘Je moet onderwerpen waar mensen lacherig over doen juist serieus behandelen. Maar het is ook mooi als je in een in memoriam even vraagt naar de andere kant van iemand, een lach kunt oproepen over het falen en feilen van de overledene. Want het was ook maar een mens.´
Nieuw
Niettemin zou hij graag een eigen plek voor de sport in de actualiteiten zien. Bij de NOS zijn de redacties niet meer op medium georganiseerd, maar op nieuws en sport. Dat heeft nadelen.
´Neem de kredietcrisis. We hebben in het Radio 1 Journaal niet uitgediept wat dat betekent voor sportclubs. Jammer, want de sport is net zo belangrijk als andere specialismen. Maar ik begrijp heel goed dat de eerste prioriteit van de sportvloer bij de eigen programma´s ligt. Misschien moet het Radio 1 Journaal een eigen sportcoördinator hebben.´
Dat gevoel voor nuance kenmerkt Van Brakel. ‘Mensen hebben een verhaal. Wij nodigen hen uit om dat toe te lichten en te verklaren. Maar waarom zou je daar een fileermes op moeten loslaten? Laat de luisteraar zijn eigen mening vormen. Wij hoeven niet opiniërend te zijn. Laat iemand vertellen, maar help wel de luisteraar met je vragen om erachter ter komen wat daarvan klopt.'
Van Brakel is dan ook nooit zo gecharmeerd geweest van lijstjes met voorgeproduceerde vragen. ‘Het is wel een houvast, maar je moet vooral scherp luisteren. In elk antwoord zit een vervolgvraag. Je moet niet bezig zijn met de volgende vraag op je lijstje, dat komt wel. Als je met iemand praat, ontrolt het interview zich.' Hij waardeert verder de kennis van collega's. ‘We hebben een enorm menselijk kapitaal. Ik vind het mooi dat we tegenwoordig specialisten van de redactie iets laten toelichten op de zender in plaats van deskundigen die alleen maar in jargon kunnen praten.'
Over de radio is hij niet somber, al is hij er niet zeker van dat het medium veel toekomst heeft. Met het hem kenmerkende relativeringsvermogen: ‘Alles heeft zijn tijd. Dan komt er wel weer een andere uitingsvorm. Is dat erg? Nee, er komt gewoon iets nieuws voor in de plaats.'
Bas Nieuwenhuijsen
Foto: Josje Franken