De BBC heeft een eigen strategie ontwikkeld ten aanzien van User Generated Content (UGC). ‘Je moet eigenlijk terug naar de basis van de journalistiek'.
Over de hele wereld worstelen redacties met het fenomeen van de ‘burger journalist': mensen die geen journalistieke opleiding of ervaring hebben, maar hun verhaal kwijt willen, hun mening geven over actuele zaken, ooggetuige waren van een bijzondere gebeurtenis, of gewoon een leuke foto of video hebben gemaakt. Ze willen hun materiaal delen met de rest van de wereld, en doen dat niet per se via de traditionele media. Hoe ga je daar als mediabedrijf mee om, wat is de positie van de beroepsjournalist als hij links en rechts wordt ingehaald door mensen die al ter plaatse zijn, met hun mobieltje gauw een foto maken?
De BBC kreeg een enorme hoeveelheid reacties en materiaal uit het publiek toen in 2005 een verwoestende tsunami een ramp veroorzaakte in Azië. Het werd het startsein voor een speciaal project, de oprichting van een ‘UGC-hub': een aparte redactie van inmiddels 23 journalisten die binnen de omroep een belangrijke rol is gaan spelen.
Op een seminar van de Media Academie (tegenwoordig onderdeel van opleidingsbedrijf Twice) gaf Matthew Eltringham, Assistant Editor Interactivity bij de BBC, eerder deze week tekst en uitleg over de aanpak van de Britse omroep. Om te beginnen staat het belang van UGC en de rol van sociale netwerken en nieuwe media, zoals Facebook, Hyves en Twitter, voor hem buiten kijf. ‘Dit is geen bevlieging die weer verdwijnt. Het kan best zijn dat mensen uitgekeken raken op een bepaald netwerk en dat een ander netwerk populair wordt, maar ‘sociale media' gaan niet meer weg.' De BBC heeft er daarom voor gekozen het verschijnsel te omarmen. Resultaat volgens Eltringham: ‘In het begin bestond er wel scepsis. Maar nu is het essentieel voor onze nieuwsvoorziening. We bereiken hierdoor groepen die we anders zouden missen'.
Checken
De werkwijze van de BBC is eenvoudig van opzet. De journalisten van de ‘interactive newsroom' vergaren de emails, foto's en filmpjes die dagelijks bij honderden tegelijk binnenstromen. Ze halen het interessantste materiaal eruit en gaan ermee aan de slag. Om te beginnen nemen ze contact op met de afzender om nadere informatie te vragen en, in elk geval, te controleren of het materiaal deugt. ‘Je moet eigenlijk terug naar de basis van de journalistiek', zegt Eltringham. ‘UGC is gewoon een bron van materiaal. Dat moet je checken, net zoals je anders ook zou doen. Is die foto echt? Is dat ooggetuigeverslag betrouwbaar? En kan degene die het heeft opgestuurd misschien aan meer informatie komen? Het zijn meestal mensen die toevallig ergens aanwezig waren, of meeliepen in een demonstratie of op een andere manier bij een gebeurtenis betrokken waren. Heel veel ‘breaking news' komt op deze manier bij ons. We staan dan ook voortdurend onder druk van andere nieuwsredacties om beelden of verslagen te leveren. Maar als we twijfelen aan de juistheid en echtheid van het materiaal, zenden we het niet uit. Hoe hoog de druk ook is.' Regelmatig komt de BBC door contacten met internetgebruikers op het spoor van nieuwsverhalen. ‘Er is op het moment in Groot-Brittannië veel te doen over studieleningen. Het systeem werkt niet goed. Dat kwam aan het licht toen iemand die ging studeren toevallig tegen ons liet vallen dat hij maar geen geld kreeg. Vervolgens bleken er veel meer studenten problemen met de leningen te hebben.'
Nieuwsgaring is niet het enige waarvoor de BBC de ‘UGC-hub' gebruikt. ‘Je kunt ook aan ‘crowdsourcing' doen, bijvoorbeeld door vragen uit te zetten en antwoorden te verzamelen. En mensen hun mening laten geven. Dat levert misschien geen nieuwe, harde informatie op, maar kan een onderwerp wel van een context voorzien. We bieden het publiek ook een platform voor discussie. Have Your Say (een soort Stand.nl via de website van de BBC, red.) is heel belangrijk geworden.'
Relatie
‘Het is heel belangrijk om diep in de sociale media te duiken', vindt Eltringham. ‘Je moet aanwezig zijn, laten merken dat je zelf deel uitmaakt van die netwerken, een relatie met de andere gebruikers opbouwen. Je moet ook goed weten welke toon je treft en wanneer je wel of juist niet op iets moet aanhaken. Als je je ongevraagd mengt in een discussie om gauw materiaal te verzamelen, zien mensen dat niet zitten. Het is tenslotte hun sociale netwerk, hun ruimte, die moet je respecteren. Maar als je al langer actief aan gesprekken deelneemt, bouw je een dialoog op, een conversatie. Dan krijg je een nieuwe relatie met het publiek. Je moet ook duidelijk maken waarom je informatie wilt hebben en wat je ermee wilt gaan doen.'
De BBC betaalt niet voor het materiaal. ‘Mensen vragen zelden om een beloning. Ze vinden het gewoon leuk of belangrijk om ervaringen en beelden te delen.' Overigens krijgt iedereen die iets naar de BBC opstuurt informatie over de voorwaarden. De rechten blijven bij de afzender, die de omroep een licentie verleent voor het gebruik. Ook waarschuwt de BBC het publiek om geen wetten te overtreden of gevaarlijke toeren uit te halen om maar aan spectaculair materiaal te komen.
Social Media Editor
Eltringham verwacht dat de BBC in de toekomst een aparte strategie zal ontwikkelen voor Twitter. ‘Londen is de Twitter-hoofdstad van de wereld. Maar we zijn er nog niet uit hoe we precies met Twitter moeten omgaan. Veel materiaal is onbruikbaar. Aan de andere kant kan het belangrijke informatie opleveren, zoals ooggetuigeverslagen. Het eerste nieuws over het vliegtuig dat in New York op de Hudson landde, werd via Twitter bekend.'
Of de ‘UGC-hub' van de BBC in z'n huidige vorm blijft bestaan, is voor Eltringham de vraag. ‘Ik denk dat we overal Social Media Editors krijgen. Je moet je ook afvragen of het een aparte redactie moet zijn, of dat je het volledig integreert in de andere redacties. Ik weet niet of het een specialisme blijft. Er zullen altijd vakmensen blijven die zich toeleggen op bijvoorbeeld radio of televisie. Maar het gebruik van sociale media zal, denk ik, onderdeel worden van de gewone beroepsuitoefening van journalisten.'
Bas Nieuwenhuijsen