Dit jaar wijst het Commissariaat voor de Media zendtijd toe aan omroepen op geestelijke grondslag voor de periode 2010-2015. Voor de meeste 2.42 omroepen (zoals de vroegere 39f omroepen nu heten) verandert er niets. Alleen voor de Islamitische omroepen ligt dat anders.
Op 1 oktober verstreek de termijn voor het aanvragen van nieuwe zendtijd voor religieuze en levensbeschouwelijke genootschappen. De organisaties die nu de zendtijd invullen voor het Katholicisme, het Protestantisme, het Jodendom, het Humanisme, het Boeddhisme en het Hindoeïsme zullen dat in de nieuwe periode zeker weer doen. Voor deze hoofdstromingen zijn geen andere aanvragen binnengekomen. Dat geldt niet voor de Islam.
Nederland telt op het moment twee Islamitische omroepen, de NIO en de NMO. Maar dat duurt niet lang meer. Beide omroepen en de organisaties waarvoor zij werken (CMO en NMR) hebben besloten om geen nieuwe aanvraag voor zendtijd in te dienen. Dat is het gevolg van de voortdurende conflicten in het bestuur van de SVIZ, de koepelorganisatie waarin de moslimomroepen op papier samenwerken. Eerder dit jaar is het bestuur van de SVIZ, onder zware druk van het Commissariaat, afgetreden. Het Commissariaat is sindsdien op zoek naar nieuwe bestuursleden. De vraag is of dat nog zinvol is nu er geen nieuwe zendtijd is aangevraagd. Commissaris Jan van Cuilenburg: ‘Ik neem aan dat de twee omroepen zichzelf opheffen en de stichting SVIZ dus zal verdwijnen. Het was een onhoudbare situatie geworden.'
Nieuw?
Nu NIO en NMO het veld ruimen, lijkt de weg vrij voor een nieuwe start, zonder de last van de problemen en ruzies uit het verleden. Maar is dat ook werkelijk zo? Het Commissariaat heeft aanvragen binnengekregen van maar liefst vijf organisaties, die de zendtijd voor de Islam willen gaan invullen. Dat zijn Stichting Academica Islamica/OUMA, Nederlandse Islamitische Media, Stichting Moslim Omroep Nederland, Stichting Samenwerkende Islamitische Koepel en Stichting Moslimomroep. Achter deze organisaties blijken in een aantal gevallen mensen te zitten, die in het verleden bij de moslimomroepen betrokken waren.
Zo spelen Yahia Bouyafa en Abdelmajid Khairoun, die vanuit de NMR/NMO in het SVIZ-bestuur zaten, een bestuurlijke rol in de Stichting Moslimomroep. Volgens Trouw wordt de oprichter van Stichting Islamica Academica/OUMA, Mohammed Cheppih (die van radicale AEL-voorman initiatiefnemer van de Poldermoskee werd) bijgestaan door een oud-medewerker van de NIO. Radi Suudi, de ex-NMO-presentator die samen met de van fraude verdachte oud-NMO-directeur Frank William met de multiculturele omroep Zenit vergeefs probeerde het publieke bestel binnen te komen, is betrokken bij de Stichting Moslim Omroep Nederland. De Stichting Samenwerkende Islamitische Koepel heeft eerder een aanvraag ingediend, maar die werd toen afgewezen. Over de Nederlandse Islamitische Media is weinig bekend, want deze organisatie is nog in oprichting.
Daarmee is de vraag gerechtvaardigd of er wel echt iets zal veranderen. Voor Van Cuilenburg staat één ding vast: ‘Wij zullen er alles aan doen om herhaling van de problemen te voorkomen. De vorige keer hebben we de zendtijd in eerste instantie toegewezen aan twee organisaties. Dat mocht niet van de Raad van State, dus hebben we uiteindelijk de oprichting van SVIZ afgedwongen. Dat werkte niet. Duidelijk is dat we dit keer de zendtijd meteen aan één representatieve organisatie toe te kennen.' Om er met nadruk aan toe te voegen: ‘Of we wijzen de Islamitische zendtijd helemaal niet toe. Dat is in een vergelijkbaar geval al eens gebeurd.'
Criteria
Hoe gaat het Commissariaat een keuze maken uit de vijf gegadigden? ‘We zullen eerst kijken of ze in één organisatie kunnen samenwerken', legt Van Cuilenburg uit. Gegeven het verleden is hij daar niet erg optimistisch over. ‘Binnen de Islamitische gemeenschap moet men het polderen nog leren. Maar we zullen zien.' Als er toch moet worden gekozen, is de representativiteit van de organisaties doorslaggevend. ‘Ze moeten aantonen hoe groot hun achterban is. Maar dat is niet het enige punt dat meeweegt. Als een organisatie moedwillig weigert om met de andere samen te werken, zal dat worden meegenomen. Verder kijken we heel scherp naar de governance, de scheiding tussen bestuur en toezicht, en de administratieve organisatie. Ook laten we ons als het nodig is, net als de vorige keer, bijstaan door godsdienstwetenschappers en er is inmiddels cijfermateriaal van het CBS over de Islam in Nederland.'
Alternatieven
Het systeem van zendtijdtoewijzing aan religieuze en levensbeschouwelijke organisaties is, vooral door het geharrewar tussen de moslimomroepen, onder druk komen te staan. Onder meer de VVD en D66 zouden er wel vanaf willen. Op hun aandringen onderzoekt minister Plasterk of deze zendtijd niet bij bestaande omroepen kan worden ondergebracht. Ook vanuit wetenschappelijke hoek is recent kritiek geleverd op het systeem. In een artikel in Mediaforum, plaatsen de juristen Johan Wolswinkel en Adraan Overbeeke (beiden verbonden aan de VU) onder meer vraagtekens bij de spanning tussen het streven naar pluriformiteit en toewijzing van de zendtijd aan één organisatie. Ze wijzen er verder op dat het Commissariaat het Christendom als twee hoofdstromingen telt (Katholicisme en Protestantisme), terwijl andere godsdiensten zoals Boeddhisme, Jodendom en Islam, die ook verschillende richtingen kennen, ieder maar als één hoofdstroming gelden.
Van Cuilenburg zelf staat ook kritisch tegenover het huidige wettelijke systeem. Maar dat Katholicisme en Protestantisme als aparte hoofdstromingen gelden, vindt hij niet zo vreemd. ‘Het gaat ook om historische worteling. Je kunt toch niet ontkennen dat de Reformatie sinds de zestiende eeuw diepe sporen heeft achtergelaten in de Nederlandse samenleving. Andere godsdiensten, met uitzondering van het Jodendom, zijn hier pas vrij recent vertegenwoordigd.' Maar ook hij is voorstander van een nieuwe regeling. ‘Je zou deze zendtijd bijvoorbeeld kunnen onderbrengen bij de NPS, in een aparte afdeling religie. Om te voorkomen dat kerkgenootschappen zich niet meer in de programmering herkennen, zou je voor hen redactieraden kunnen oprichten. Ze moeten wel een stem hebben.' En als de religieuze organisaties dat toch niet voldoende vinden? ‘Dan kunnen ze altijd een eigen omroepvereniging oprichten. Dat is nou juist zo mooi van het publieke bestel.'
Bas Nieuwenhuijsen