Freelance cameralieden en geluidsmensen raken financieel steeds verder in de knel, zegt CNV Media. Minister Plasterk zal op verzoek van de bond de problemen bij de Raad van Bestuur van de NPO aankaarten.
Klachten van freelancers in de facilitaire sector zijn niet nieuw. In 2004 legden verontruste freelancers, ook wel ZZP'ers (Zelfstandigen Zonder Personeel) geheten, een zwartboek aan, dat ze aanboden aan de toenmalige staatssecretaris Medy van der Laan. De publieke omroepen zouden de bezuinigingen die ze opgelegd hadden gekregen gedeeltelijk afwentelen op cameralieden en geluidsmensen, freelancers die niet op de voorstellen van sommige omroepen ingingen zouden op een zwarte lijst staan, en de kwaliteit van producties zou in het geding zijn. Van der Laan liet een quick scan doen, waaruit bleek dat er inderdaad problemen waren. De onderzoekscommissie stelde voor te gaan werken met een duidelijke tariefschaal, waarbij kwaliteit en ervaring werden meegewogen.
Vijf jaar later is er geen verbetering te merken, vindt CNV Media. Bondsbestuurder Peter Bloemendaal: ‘Eind vorig jaar kwam een aantal freelancers naar ons toe. Ze gaven aan dat hun situatie echt nijpend was en vroegen of we iets voor hen konden doen. Wij hebben toen twee informatieavonden georganiseerd en in korte tijd meer dan honderd nieuwe leden ingeschreven. Dat alleen al maakt duidelijk dat er iets aan de hand is.'
Tarieven
‘Het grootste probleem voor deze groep zijn de tarieven', constateert Bloemendaal. ‘Hun tarieven zijn de afgelopen jaren niet of nauwelijks geïndexeerd. ZZP'ers verdienen gemiddeld zestig euro per uur, cameralieden en geluidsmensen krijgen tussen de #25 en #35. Daarbij komt dat de draaidagen vaak heel lang zijn. Ik hoorde laatst dat er voor een bepaald programma dagen van achttien uur worden gemaakt, waarbij de opdrachtgever in eerste instantie weigerde de meeruren hoger uit te betalen. Van inflatiecorrectie is geen sprake, wat betekent dat deze mensen in het slechtste geval in de laatste tien jaar tot twaalf procent achterlopen.'
Naar aanleiding van de quick scan drong Van der Laan er in 2004 bij de publieke omroepen op aan dat de tarieven op een transparante manier tot stand zouden komen onder centrale regie. ‘Dat heeft eigenlijk tot meer narigheid geleid dan dat er iets is opgelost', vindt Bloemendaal. ‘Er is een bandbreedte afgesproken waarbinnen ervaren mensen meer krijgen betaald dan onervaren krachten. Maar de bovenkant wordt in feite nooit gebruikt, iedereen zit aan de onderkant, ook mensen met veel ervaring. De toptarieven zijn wel geïndexeerd, maar de lage niet. Voordat die bandbreedte er was, werd er nog wel onderhandeld. Nu zegt men eenvoudig: dit is wat er voor staat, daar valt niets meer aan te doen. Het is meer een dwangmiddel dan dat het transparante onderhandelingen mogelijk maakt. Wij hebben geprobeerd contact te leggen met de Werkgroep Faciliteiten van de publieke omroep. Die liet weten geen noodzaak te zien voor een gesprek, omdat er geen nieuwe bandbreedte komt. Daarmee is het hele initiatief van Van der Laan eigenlijk weg.'
Plasterk
‘We hebben minister Plasterk gevraagd om deze situatie bij de publieke omroep onder de aandacht te brengen', vertelt Bloemendaal. ‘Het gaat in dit geval om publiek geld. Wij vinden dat de minister moet waken over de kwaliteit van de programma's die daarmee worden gemaakt. De minister gaf aan dat dit inderdaad aandacht verdient en heeft beloofd een en ander in zijn overleg met de publieke omroep aan te kaarten. Hij kan de tarieven niet zomaar bepalen, dat begrijpen we. Aan de andere kant spreekt hij zich bijvoorbeeld uit over de topsalarissen, dus zou hij ook aandacht kunnen besteden aan de onderkant van die markt.'
‘De markt moet zijn werk doen', vindt Ton Tekstra, lid van de Raad van Bestuur van de NPO. ‘Dat geldt voor zowel de ZZP'ers als voor de facilitaire bedrijven. Daarbij is geen verschil van inzicht over minimumtarieven. Probleem is dat kwaliteit momenteel wordt ondergewaardeerd en minder wordt gevraagd.'
Tekstra vindt het verder logisch dat de Werkgroep Faciliteiten niet met een nieuw tarievenboekje komt. ‘Op verzoek van het ministerie OCWzijn centrale afspraken gemaakt in het kader van de grote bezuinigingsronde van 2003. De Werkgroep Faciliteiten heeft geconstateerd dat het centrale tarievenboekje tot de vereiste bezuinigingen heeft geleid. De Werkgroep Faciliteiten zal dan ook geen nieuw tarievenboekje voor 2010 maken.'
Bas Nieuwenhuijsen