overig

Omroepen en kranten samen sterk, maar mediawereld blijft veranderen

Het Mediapark Jaarcongres, gehouden op 23 juni, stond vooral in het teken van de toekomst. Onderdeel van die toekomst is de vraag in hoeverre publieke omroepen en kranten kunnen samenwerken. De deelnemers aan de Spreek'buis discussie hierover zagen er wel kansen voor, maar het moet wel nut hebben voor beide partijen.

  

Op een congres over de mediasector dat vooral toekomstgericht is, kon de eerste spreker alleen maar een media futurist zijn. Gerd Leonhard schetste in zijn bijdrage The Future of Media een beeld van een wereld waarin iedereen altijd en overal online is. Media worden daarin een volledig geïntegreerd deel van het dagelijks leven. Het zou ook een heel vriendelijke wereld zijn, waarin iedereen alles deelt: de wereld van ‘open media', waarin geen monopolies meer bestaan. Noch op technologie, noch op zenden, en ook niet op aandacht. Anders gezegd: traditionele mediapartijen die gewend zijn zelf te bepalen wat ze het publiek voorschotelen, zullen zich achter de oren moeten krabben. We zullen het publiek veel meer moeten trekken, verleiden, zien vast te houden. En dan pas valt er misschien voor mediabedrijven geld te verdienen. Niet zozeer met de content zelf (muziek, film, radio- of televisieprogramma), maar meer met de dingen die je daaraan professioneel kunt toevoegen. De context: extra informatie over het onderwerp, de ‘verpakking' van het product, of welke andere manier van verrijking je maar kunt verzinnen. Zijn advies was helder. Denk niet dat je dingen tegenhoudt door ze te verbieden, maar zoek de nieuwe kansen op die veranderingen altijd bieden, en probeer gewoon wat. Want een eenduidig recept voor de toekomst bestaat niet.

Dat bleek ook uit een toekomstgericht project van de Media Academie, dat door de dag heen werd gepresenteerd. Het rapport Aristoteles Voorbij bood vier mogelijke scenario's voor de mediawereld in 2015. Is content volledig gratis, of willen we betalen voor bijvoorbeeld kwaliteit en privacy? Wie heeft straks de macht: de aanbieder van mediacontent of de gebruiker daarvan? Twee grote onzekerheden, die samen in vier verschillende combinaties beelden van mogelijke medialandschappen opleverden. In beeld gebracht met filmpjes en voer voor discussies in het publiek aan de hand van stellingen, waarover kon worden gestemd. Gaan we bijvoorbeeld betalen voor kwaliteit en privacy? Ja, dacht ruim driekwart van de naar schatting 650 mensen in de zaal.

 

Fusie NOS/ANP?

Een ander rapport, namelijk dat van de commissie-Brinkman over innovatie in de pers, werd gepresenteerd in Den Haag, maar domineerde toch het congres in Studio 21 op het Media Park. Twee belangrijke aanbevelingen van de commissie waren voortdurend onderwerp van gesprek: een heffing van twee euro per internetaansluiting en het vrijgeven van de programmagegevens van de publieke omroepen. Afgaande op de eerste reacties van de deelnemers aan het congres en van minister Plasterk (die het congres afsloot) waren dat geen kansrijke adviezen.

Spreek'buis organiseerde op het congres een actuele discussie over de (on)mogelijkheden van samenwerking tussen omroepen en kranten, met Giselle van Cann (hoofdredactie NOS Nieuws), Rob de Spa (groepsdirecteur redactionele ontwikkeling Wegener) en Marc Chavannes (hoogleraar journalistiek universiteit Groningen). De Spa kwam met een nieuw idee voor samenwerking en pleitte voor een eventuele fusie tussen NOS en ANP om zo een multimedia nieuwsvoorziening voor de hele sector te vormen. ‘Er wordt veel kritiek geuit, maar laten we de handen ineen slaan. Daar heeft iedereen belang bij. Natuurlijk moeten wij als kranten wel geld verdienen. Maar nieuwe content is voor ons goed, ook als we er niet meteen financieel beter van worden.' Van Cann, medeverantwoordelijk voor het Journaal, wees het idee niet gelijk af, maar had er wel vragen bij.

Gedeelde belangen zijn er ook in haar ogen zeker (bijvoorbeeld het delen van correspondenten), maar ze wees erop dat omroepen niet de problemen van kranten (teruglopende oplage en advertentie-inkomsten) kunnen oplossen. ‘Kranten kunnen beter zorgen dat ze winst maken op een smallere basis'. Ons audiovisueel materiaal kun je best op krantensites zetten, zoals Henk Hagoort (bestuursvoorzitter NPO, red.) heeft gezegd, maar dat is uiteindelijk niet het antwoord op de problemen van de dagbladen.'

Chavannes ging het vooral om het overeind houden van een goede journalistieke infrastructuur, waar iedereen (kranten, omroepen en democratie) belang bij heeft. ‘Het gaat om het voortbestaan van kwaliteitsjournalistiek. Het onderscheid tussen omroep en krant is daarbij niet zo belangrijk. Omroepen en kranten groeien toch naar elkaar toe. Maar je moet hoe dan ook demogelijkheid houden om bijvoorbeeld overheden of bedrijven te controleren. Dat is ook een kwestie van kennis van zaken hebben. Kranten zijn zulke kernen van de journalistiek, maar ook programma's als het Journaal, NOVA, Zembla, Reporter en noem maar op.

Gespreksleider Ellen Röling wilde tot slot nog horen hoe de drie deelnemers aan de discussie tegenover samenwerking stonden. ‘Logisch', was het oordeel van wetenschapper/journalist Chavannes, ‘nuttig', zeiden Van Cann en De Spa als adjunct-hoofdredacteur en directeur.

 

Grenzen

De verhoudingen tussen kranten en omroepen stonden ook centraal in de slotbijdrage van minister Plasterk. Hij maakte duidelijk dat hij weinig voelt voor een heffing op internetgebruik of het gratis vrijgeven van de programmagegevens van de publieke omroepen. Beide ideeën doen voor hem geen recht aan de vragen die hij de commissie-Brinkman meegaf: wat gaat er gebeuren in de dagbladsector en hoe kun je daarop anticiperen? Hij verwacht voor de kranten meer heil van bijvoorbeeld innovatie in de distributie: nu fietsen er nog drie of vier bezorgers over de dijk die elk maar één product kunnen afleveren, maar liever zou je er eentje laten fietsen die veel meer verschillende, op de individuele gebruiker afgestemde producten op de plaats van bestemming kan brengen. Een internetheffing treft ook mensen die niet per se voortdurend het net afgrazen naar nieuws, en de programmagegevens van de publieke omroepen vrijgeven heeft financiële gevolgen die de minister niet uit belastinggeld wil compenseren.

Dezelfde materie kwam een de orde in een discussie tussen Henk Hagoort (NPO-bestuursvoorzitter), Rob Haans (uitgever van de Volkskrant), Mirko Mensink (Director Corporate Development Ziggo), Arian Buurman (directeur Ster) en Jan Müller (directeur Beeld en Geluid). Hagoort herhaalde dat hij graag wil samenwerken met de kranten, binnen bepaalde grenzen. Wettelijke grenzen, want niet alles mag zomaar van de Mediawet of het auteursrecht, en journalistieke grenzen. Een selectie maken uit uitgezonden materiaal van de omroepen of de embedded player van de NPO op een krantensite zetten is geen probleem, maar zelf een montage maken van ruw materiaal wel. ‘Want daar kan de journalist wel een heel andere bedoeling mee hebben gehad', stelde Hagoort vast.

Hij en Haans vonden elkaar onder meer in de gedachte dat het publiek rechtstreeks zou moeten betalen voor mediacontent. Eigenlijk een soort revival van het oude kijk- en luistergeld, maar dan met de krant erbij: mediageld. Beiden gaan er daarbij wel vanuit dat dit niet leidt tot bemoeienis van de overheid met de inhoud van kranten of programma's.

Een heffing op internetgebruik, zoals de commissie-Brinkman voorstelt, vond weinig genade. ‘Getuigt niet van visie', aldus Müller. Mensink (van kabelaar Ziggo) had er al helemaal geen goed woord voor over. En het reclamegeld dan? Buurman (Ster) wees erop dat adverteerders rond tv-programma's niet zomaar zullen overstappen op drukwerk, en ze prees de voordelen van de duale financiering van de publieke omroep. ‘Sommige programma's zijn duur om te maken, maar het is wel belangrijk dat ze er zijn. Dit model scheelt de burger veel geld.'

 

Media Hub

Nieuws was er ook op het mediapark Jaarcongres. Dat kwam van staatssecretaris Frank Heemskerk van Economische Zaken. Hij wil de digitalisering van de radio een impuls geven, onder meer via de verdeling van de FM-frequenties die eigenlijk zouden vrijvallen. Hij wil de vergunning van de partijen die deze frequenties bij de veiling van 2002 hebben gekocht, tegen een vergoeding verlengen. Maar dan moeten ze wel investeren in de digitale standaard TDAB, en langs die weg de luisteraars nieuwe diensten bieden. Nieuwe partijen mogen bieden op de twee kavels die vrijkomen van de twee Arrow-zenders, die kopje onder zijn gegaan. En, zo zei de bewindsman, er zal wat worden gedaan aan ontvangstproblemen in Utrecht en Groningen en FunX komt beschikbaar in dertig steden.

Digitalisering heeft volgens heemskerk de toekomst, en daarmee bedoelde hij zeker de Dutch Media Hub. Dit samenwerkingsverband van aanbieders van mediaproducten en -diensten moet de digitale doorvoerhaven voor Europa worden, zoals Rotterdam dat al is voor zeecontainers en olietankers.

Snel, digitaal en mobiel waren de catchwords op het hele congres. Of de toekomst dat ook waarmaakt, zien we vanzelf.

 

Bas Nieuwenhiijsen