Bij hoogleraar Journalistiek Irene Costera Meijer zijn er weinig twijfels. Burgerjournalistiek is een potentiële zegen voor media. Het is een cadeautje. ‘Participerende journalisten vormen geen concurrentie. Ze leveren andere verhalen. Vanuit een ander perspectief. Het is aanvullend.' Ze is dan ook verbaasd dat de meeste omroepen nauwelijks of niet investeren in het nieuwe ‘medium'. ‘Wat ze op z'n minst kunnen doen, is het beter faciliteren.'
Iedereen zag het destijds: de amateurvideo's van de tsnunami in Zuidoost-Azië waren een waardevolle toevoeging aan het nieuws dat professionele journalisten brachten. En bij de bomaanslagen in Londen waren de beelden die metropassagiers met hun mobiele telefoon hadden gemaakt zelfs de enige. Het meest recente voorbeeld van burgerjournalistiek deed zich voor bij de crash van het Turkish Airlinestoestel bij Schiphol. CNN haalde nieuws over de crash van de webiste Twitter, waarop ooggetuigen van de crash verslag dezen.'
De BBC en CNN zijn al langer berizg met websites voor civic of citizen journalism, waar iedereen zelf met video's, foto's en verhalen terecht kan. Maar in Nederland doen we zuinig aan. Soortgelijke sites van De Telegraaf, SBS6 (scoops) en nu.nl (hier.nl) lijden een redelijk anoniem bestaan. Of zijn alweer uit de lucht. Al zijn er ook uitzonderingen. Met als meest bekende unieuws.nl (van RTV Utrecht) en dorpspleinen.nl van de Twentse Courant Tubantia.
De website dorpspleinen.nl telt 140 duizend unieke bezoekers per maand, zo vertelde manager burgerjournalistiek bij TC Tubantia Hans Berkhout, vorige maand op de ROOS-dagen. ‘Vierhonderd items per week en 12.500 geregistreerde ‘burgerjournalisten'. Zijn verklaring voor het succes.'Ik denk dat het komt omdat er een regionaal dagblad achter zit. Dorpspleinen is het nieuws uit alle dorpen, alle gemeenschappen. Iedereen die reportages maakt, kan er terecht. Het is echt regionaal. Bovendien komen de nieuwtjes van de website ook in de krant - elke week een hele pagina. Dat was destijds ook het uitgangspunt: een aanvullende nieuwsbron voor de krant. Een extra podium voor nieuws.'
Hyperlokaal
Irene Meijer, hoogleraar Journalistiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, is op dit moment bezig aan een groot onderzoek naar wat zij participerende journalistiek noemt. De resultaten daarvan zijn nog niet bekend. Maar ze is het in grote lijnen met Berkhout eens. ‘Mensen vinden het leuk om hyperlokaal nieuws te vertellen. Dat is natuurlijk precies waarom Tubantia het zo goed doet. Je krijgt belevenissen te zien op buurt-en wijkniveau. Maar dat is wel het niveau waarop mensen betrokkenheid voelen. Het gaat over wat mensen leuk vinden om te vertellen. Als mensen zelf een verhaaltje uploaden is dat niet omdat ze het gevoel hebben dat ze journalistiek bezig zijn, maar omdat ze het gewoon leuk vinden om iets te laten zien aan iemand anders. De moeder die langs de kant staat te filmen van een voetbalwedstrijd met team 7A, waar haar zoon inspeelt, en daar de beelden van op de website zet om de rest van het team te laten meegenieten - dat soort dingen.'
De kracht van burgerjournalistiek zit ‘m dus in het ‘nieuws' van (heel) dichtbij, zegt Meijer. En in het feit dat er een ‘beloning' tegenover staat. ‘Die beloning kan zijn dat een website massaal bekeken wordt of belangrijk is. Een goed voorbeeld is geenstijl.nl, al zijn de mensen daarachter nu natuurlijk professionele journalisten geworden. Die beloning kan ook zijn dat je, zoals Tubantia doet, een keer per week op een pagina in de papieren krant aandacht besteed aan de leukste of mooiste verhalen op de website,' aldus de hoogleraar.
Abu Ghraib
Berkhout benadrukt dat de website dorpspleinen.nl wordt gezien als extra nieuwsbron voor zijn krant. Omdat er nogal eens verhalen op staan waar professionele journalisten iets mee kunnen. Irene Meijer waarschuwt voor te veel verwachtingen. ‘Zo'n waanzinnige scoop als van de amateurbeelden die destijds naar buiten kwamen van de martelingen in de Abu Ghraib gevangenis in Irak, komt in de werkelijkheid echt niet veel voor. Dat moet ook niet, trouwens. Anders leven we straks echt in een soort van big brother-achtige samenleving waarbij altijd overal camera's bij zijn, en de beelden altijd en overal beschikbaar zijn.'
Omroepen of kranten die op zoek naar ‘groot nieuws' een website opzetten voor burgerjournalistiek, zullen dus vrijwel altijd bedrogen uitkomen, meent Meijer. ‘Maar het levert verhalen op. Verhalen die je anders niet had gehad.'
De successen van de omroepen en kranten die wel actief zijn, bewijzen dat. En dan gaat het niet alleen in de regio om unieuws.nl of dorpspleinen.nl. 'Het geldt ook voor wat landelijke omroepen doen. Je ziet het bijvoorbeeld op de website van Kassa. Daar zijn hele groepen mensen mee bezig. Omdat het om consumentennieuws gaat, en dat is altijd dichtbij. Omdat het een grote betrokkenheid oplevert. En een beloning - in die zin dat er veel mensen naar kijken. Bij het VPRO-programma Tegenlicht, werken ze samen met het groepsweblog Sargasso. Bloggers kunnen zo bijdragen aan de televisiedocumentaires.'
West Side
Het brengt Meijer tot de conclusie dat ‘je jezelf nogal wat onzegt' als een omroep geen website voor burgerjournalistiek opzet of exploiteert. Al was het maar naar aanleiding van een programma. ‘Twee jaar geleden was ik betrokken bij een programma bij AT5, de reality soap West Side. We hebben toen ook een site daarnaast opgezet waarop extra verhalen (interviews, dagboekfragmenten van de hoofdpersonen) werden geplaatst. Er kon ook worden gediscussieerd over de uitzendingen. Samen bleken de reacties en extra verhaallijnen een tweede ‘betekenislaag' - een soap in een soap - te vormen in de reality-serie', aldus de hoogleraar. ‘Maar weet je: wat ik sowieso mis in Nederland is een open site waarop je kunt reageren op het nieuws. Gewoon. Wat vinden mensen er eigenlijk van? Je kunt wel reageren op allerlei weblogs van redacteuren. Maar een website waarop mensen naar aanleiding van het nieuws hun eigen verhalen vertellen, ontbreekt. Maar zo krijg je wel feeling hoe mensen naar je kijken. Het geeft je een beter gevoel voor wat er gebeurt met je nieuws.'
Jeroen Dirks